Rollenspel

“Dat is ook wat,” verzuchtte één van de dames kleinkind teleurgesteld. “Als de zegeltjeskaart van de Jumbo vol is mag j’um alleen maar inleveren samen met je ouders en dat zijn jullie niet!”

Nee dat klopte, wij waren de opa en oma.

“Misschien moeten WIJ dan voor even de vader en moeder zijn,” opperde ik. Waarom verklappen dat elke volwassene in hun gezelschap de trick zou kunnen doen.

Twee jaar geleden speelden ze het nep-ouders-spel nog volop mee bij Van der Toekan, toen we door de diverse obers en oberinnen continue de vader en moederrol kregen toebedeeld. Giechelend en verkneuterend over hoe de wereld zich vergiste speelden we “ons geheim” met verve, tot het toetje toe.

En het bleef een bron van plezier, eentje van de categorie: weet je nog toen we… etc. etc.

Maar goed, tijden veranderen eej, daar helpt geen moedertje uhh omaatje lief aan.

Na de geconstateerde tegenslag, viel er een korte stilte waarna de andere dame kleinkind op mijn voorstel als antwoord gaf, “Nou, dan nemen we opa wel mee, want die ziet er nog jong uit.”

Bam!

Even gloorde er een sprankje hoop aan de horizon met de vaststelling dat oma wel lang haar had.

Kennelijk was die haardracht niet écht een oma-ding.

Een taxerende blik kwam mijn kant uit….

Waarna met een diepe zucht en een “nou, ik denk het eigenlijk niet”, de spaarkaart weer opgeborgen werd.

En bedankt dames.

Voorwaarts Kaatje

Voorzichtig deed ik de deur van Kaatje open. Blijft altijd spannend wat je aantreft natuurlijk. Nou ik kan er kort over zijn het was verschrikkelijk……

leuk om daar weer eens rond te wandelen. Nou ja wandelen, twee stappen naar achteren en één op zij, dan heb je het wel gehad natuurlijk.

Een korte inspectie leerde dat de draad makkelijk weer op te pakken was. Vandaag deed ik wat timmerwerk boven de deuren met de resten van een heel oud tafeltje gemaakt van hout wat mogelijk de derde wereldoorlog ook nog gaat overleven. Kwaliteitje hoor, kom daar nog maar eens om tegenwoordig.

Anyway, ter illustratie een foto waar een normaal mens geen kaas van kan maken, zo chaotisch met al die verschillende houtsoorten, schroefgaten en weet ik het wat, gehuld in een blauwe waas van zeil dat rond de buitenkant hangt. Tja, we moeten het er nog maar even mee doen. Links en rechts moet er nog een klein elementje komen in die inkepingen enzo wat henen. komt wel goed. Houd vertrouwen!

Ik had het vast al eens eerder gezegd. Kaatje heeft een hele prettige sfeer. Je zou er zo je stoeltje inzetten en een boek schrijven of een uurtje bankhangen en denken aan Holland zie ik brede rivieren….uhhh  en denken aan fijne dingen.

Ik denk dat Kaatjes nieuwe eigenaar-to-be heel blij gaat worden van dit mooie werk of chillplekje ergens in een tuin met uitzicht over de weilanden (of op een dode muur maar dat kan niks bommen want jij hebt Kaatje, wie doet je wat).

 

Gedragen door iets hogers

Kabouterkleinzoon van 5 zit op een christelijke school.

Goed onderwijs heeft soms een prijs, de school werd gekozen met rede.

Voor de atheïst die ik ben is dit een behoorlijke oefening in verdraagzaamheid. Je kunt niet een kind naar school sturen met de boodschap, ga iets leren en vervolgens roepen dat er in het gebouw ook dingen verkondigd worden waar niet iedereen hetzelfde over denkt.

Ik lijd in stilte.

De info over Jezus en zijn avonturen gaat er bij kleinzoon in als Gods woord in een ouderling.

Met glanzende ogen komt kabouterman uit de Paasviering en heerlijk hyperdepieper scandeert hij thuis, in de privacy van het toilet, uit volle borst de naam van zijn held alsof hij in de voorhoede van een protestmars loopt.

Bij de thee vraagt hij of ik Jezus ken en of ik in hem geloof. “Het lijkt me een aardige man,” antwoord ik diplomatiek, “maar wat vind jij leuk aan hem?”

Daar hoeft het menneke niet lang over na te denken. “Jezus helpt de mensen,” zegt hij blij, “dat vind ik fijn.”

Helder.

Ik vermoed dat deze (tijdelijke) scholing in het geloof, dit gevoelige en fantasierijke kind nog ver gaat brengen. Zijn inzet is ontroerend ontwapenend.

“Weet je oma, ik ben met zwemmen aan het oefenen om over water te lopen. Het gaat al hartstikke goed. Als je weer mee gaat laat ik het je zien.”

Donders  man.

Dat kon er maar eentje heb ik ooit begrepen.

Ik zie een grootse toekomst.

Seniel

Er kwam een enorme rookwolk aangereden.

Tussen de flarden door herkende ik een duistergeel gekleurde Trabant met daarin een knalroodhennaharige mevrouw.

Ik dacht terug aan het Trabantje van mijn ouders. Het plastic geval had een vaalrode zuurtjeskleur waarvan er toentertijd veel van de lopende (tra)band rolden.

Mijn ouders waren van het type; maakt niet uit waar je in zit, als het voertuig je maar van A naar B brengt.

Dat is een mooi standpunt wanneer je al wat ouder bent en de nodige levenservaring c.q. wijsheid bezit. Ze mixten dit idee met de hun van huis uit meegegeven spaarzaamheid en ja hoor, daar was ie, de Oostblokauto waar menigeen zijn neus voor ophaalde,

Ik was destijds twaalf en enkel nog van het type, opvallen liever niet, maar zeker niet achterin de Trabant van ouders.

Quelle horreur.

Zelf rijd ik nu, inmiddels stukken ouder en wijzer, ook onder een zelfde soort motto als mijn voorgeslacht. Een beetje gemodificeerd, dat wel.

Strekking: Je moet ermee van A naar B kunnen komen, maar liever ook weer niet al te lullig.

Gestuurd door een littekentje, dat snap je wel.

Het streepje jeukte ietwat, door ’t duistergele voorbij walmende specimen.

Merkwaardigerwijs vond ik het nu een leuk karretje, ik kon me zelfs wel voorstellen dat ik erin rond zou tuffen.

Het moet niet gekker.

Mogelijk dient de seniliteit zich aan.

trabant

rip foto

Verwarring

Er was in het midden van het land een evenementje en daar ging ik samen met iemand naar toe.

Het gebeuren vond plaats in een faciliteit met multi-mogelijkheden.
Je kon er deze keer allemaal dingen bekijken.
Dat deden wij dan ook uitgebreid en in alle rust.

Tot zover niets bijzonders.

Na de toch wel enorme aanslag op onze zintuigen, kregen mijn metgezel en ik zin aan koffie en iets lekkers.

Zo geschiedde.

We togen naar de koffiecorner en bestelden twee taartjes, een kop koffie en een cappuccino.

De persoon die ons hielp, een alleraardigst wezen, vergat eerst wat voor taartje we gekozen hadden, daarna wat voor koffie er ook alweer moest komen en vervolgens  was er iets met het afrekengebeuren.

Dat laatste kreeg ik maar half half mee, dus dat kan aan mijn metgezel gelegen hebben.

Ik had inmiddels een tafeltje opgezocht en grijnsde tegen een ander lid van de bediening, die even pauze hield en een aan de stamtafel genoot van een kopje thee.

Mijn grijns zei – tjonge, dat loopt daar niet helemaal soepel achter de bar met uw collega.
Ze had aan weinig genoeg en antwoordde ietwat terechtwijzend: “Mijn collega heeft geen korte termijn geheugen.”

“Aha,” riep ik zo neutraal mogelijk, “dat verklaart een hoop.”

Bleek het etablissement gerund te worden door mensen die in een re-integratie traject zaten.

Los van het feit dat dergelijke initiatieven fantastisch zijn…

Ik raakte er toch wat van in verwarring.

Huisjedebuisje

Als ik ook maar even een vinger krijg, neem ik de hele hand.

Vooral als het om huisjes gaat, kleine huisjes, waarin je je kont niet kunt keren.

Deze maal is kleinkind Kabouter de klos. Hij moest een nieuw bed.

Laat dat maar aan mij over, riep ik snel. Je begrijpt het al, een uitgelezen kans om weer eens wat te timmeren, een huisje bijvoorbeeld. Lag ook aan de nis in het kamertje hoor, die vroeg er gewoon om en dan kun je echt niet weigeren.

Het werd dus een bescheiden optrekje en wel met twee bedden. Eén voor de kabouter en één voor een logé, of gewoon om lekker op te spelen. Het kabouterbed is hoog en het andere bedje laag. Er mist binnen nog een stukje bed ombouw, wat niet nader te omschrijven latjes, een flinke boekenplank en een veilig stroomvoorziening. De zijkant blijft een beetje open, bedoeld als (extra) kijkgaatje voor de zorgzame ouder.

Het dak krijgt nog een verfje en mij leek een vogelhuisje op de muur ook wel geslaagd, dit alles onder het motto: Das pas klein!

huisje

Playmobil

Ik kom om in de Playmobil.

Beetje mijn eigen schuld  trouwens.

Rondspeurend om te voorzien in het vermaak van de kleinkinderen, kocht ik links en rechts hele kuddes van het plastic spul, rond thema’s als het vliegveld, het ziekenhuis, de boerderij, kamperen en weet ik veel wat niet meer, op marktplaats.

“Overdrijf je niet een beetje?” vroeg Muisman voorzichtig.

Nou, dat leek mij toen een ontzettend overdreven vraag, maar inmiddels niet meer.

Ik zit hier namelijk al dagen te spelen, herstel te ploeteren om alle losse playdingetjes weer tot één geheel te maken.

Je moet weten, elke thema wordt tot in detail uitgewerkt en is volledig uit elkaar te halen. Laat dat laatste nou op de een of andere manier de favo bezigheid te zijn van mijn nageslacht. Een demontagebedrijf is er niks bij.  Wat overbleef was een grote wasmand met Playmobilzooi.

Vooropgesteld, mijn kleinkinderen treft natuurlijk geen blaam.

Het is de schuld van de producent!

Waarom wordt een thema zo absurd ver uitgewerkt zou ik willen vragen.

Zoek zelf die inieminie kopjes, bordjes, lepeltjes, vorkjes, mesjes, servetjes, fruitjes, kurkentrekkertjes, bakblikjes, ovenwantjes, diertjes, bloemblaadjes, stofzuigerslangetjes,  brandblussertjes, koffertjes met inhoud, koffertjes zonder inhoud, pollepeltjes, boekjes, kledingstukjes, kapsels, tandenborsteltjes, hoofdverbandjes, spalkjes, stethoscoopjes, accuutjes, auto-onderdelen, gereedschapjes en duizend en één andere onderdeeltjes bij elkaar zou ik willen zeggen, dan ontwerp je in het vervolg wel iets anders.

Momenteel probeer ik een appelboom te reconstrueren.

Bizar die hoeveelheid takken en bladeren. Laten we de container losse gifgroene appeltjes nog buiten beschouwing.

Denk dat ik er een struik van maak.

Hai.

Krijg er hoofdpijn van.

Is er een dokter in de zaal?

playmobil

Gepeperde zaken

Gedane zaken nemen geen keer en gepeperde ook niet.

Eenmaal de weg ingeslagen moet je hem helemaal uitlopen.

Dus na zaaien en het hele groeiproces, komt de oogst.

Na het oogsten volgt invriezen of drogen, in de olie zetten of malen, opeten en weggeven.

Daarna wordt de overgebleven oogst van het jaar daarvoor op tafel gezet om te worden verwerkt tot sambal.

En dan ben je er.

Pffff.

Op de foto:

oogsten en rechtsonder de opbrengst van dit jaar.

Midden onder het ingevroren restant van vorig jaar.

Rechts de sambal.

pepers-2016

Hatzhéderaaahh!

Als je het nou hebt over een doorzettertje dan is dat wel de klimop, overigens één van mijn favo tuinbewoners.

Dat zit zo.

Het plantje denkt in mogelijkheden. Wat als ik hier nou eens groei of daar m’n tentakels uitsla….. En voordat iemand van de Hedera-posse, want zo heten die dingen ook, een mening heeft kunnen formuleren, wordt de gedachte in daad omgezet. Dat resulteert in veel, ver en hoog.

Is dat erg?

Neu.

Een klimop is ijzersterk.

Waar je een halt toeroept, wordt geluisterd en vindt koerswijziging plaats.

Heerlijk toch.

Vandaag heb ik heel veel slierten van de grond geraapt en herleid naar een betere plek. Onduidelijke aanhangsels knipte ik af.  Ze werden er niet anders van, of wel eigenlijk, maar je snapt het vast. Op een anderhalve gnieperd na trouwens, die doodstil liggend, een nietsvermoedend tuinvrouwtje liet struikelen.

Minpuntje.

Anyway, de klimop gaat dienen als groen jasje voor de takkenbossen waarin kleine knagers, vogels en aanverwante artikelen huizen. Die takkenbossen heb ik gemaakt tussen de voeten van onze Russische vrienden uit de Kaukasus, een lauriersoort die het bij ons enorm naar de zin heeft. Ze groeien de hemel in. Onder werden ze een beetje  kaal, dat gaf mogelijkheden voor wat kunstmatig aangelegd struikgewas van allerlei snoeimateriaal. Opgesteld in een halve ronding vormen de Kaukanezers een soort koepel over de vijver.

Zei ik vijver? Ah, nou die is nog onder constructie. Komt later wel. Hier dus de achterkant van het gebeuren. Het geheel ziet er nu nog rommelig uit, maar mind you, als we een half jaartje verder zijn staan al die bladneuzen weer dezelfde kant op. Hatzhéderaaaah!

klim-op

Speelhuis

Het was een buitendag met uitersten. Stralende zon en stralende regen. Dat is heel goed te doen, mits je op het juiste moment de pauzes weet te pakken.

Toch is het net als met mensen die kamperen en het weer is maar zozo. Thuis zit je de ongelukkigen te be-ach-en-wee-klagen. De lijdende voorwerpen zelf, hebben het met wat praktische aanpassingen links en rechts, vaak prima naar de zin.

Zo verging het de hapsnavels en mij ook vandaag. We scharrelden door de tuin dat het een lieve lust was.

De kippen ook even. Dat kwam omdat hun hekje was open gewaaid, maar dit terzijde.

We verzamelden vrolijk gekleurde bladeren met een hark ( wij waren vrolijk en de bladeren oogden vrolijk) en daarbij nog een halve emmer walnoten ook.

Toen werd het tijd voor :

Het dak van het speelhuisje

Jaja.

hutje

Ooit stond hier een plat hokje voor de opslag van bouwmateriaal, maar het ding dreigde in te storten.

Toen leek het me een paar maand geleden leuk om met wat restmateriaal een soort van huisje te timmeren.  Zo geschiedde, maar ik bleef steken bij een half af dak.

De kleinkinderen die regelmatig in het optrekje spelen kon dat niet deren.

Mij inmiddels wel.

Een oud spreekwoord luidt, wie iets af wil hebben, moet er even werk van maken.

Vandaag was het moment daar.

Ondanks de regen bleef het onder de bomen best lang droog.

Handig.

Kon ik de bovenverdieping ook nog ff wat afschermen en voorzien van een trappetje.

Nou moet ik trouwens ineens denken aan dat liedje – ik had een hutje in het bos in een heel diep bos lalalalala, van Jaap Fischer.

Wie?

Tssss, laat maar.