Marie uit Nantes

Zo gelovig als een houten deur, maar desalniettemin gek op kerken en dan vooral die van het katholieke soort. Gotische, vaak op het protserige af bekleed met pracht en praal. Ranke hoogtorende bouwwerken die, contact zoekend met de hemel, een imponerend effect hebben op het gewone volk. Hetzelfde volk dat geduldig zwoegend en zwetend steen op steen zette, om het door de bisschop zo gewenste godshuis te doen verrijzen.

De details van zo’n gebouw zijn zo mooi. Overal waar je kijkt hangen kleine kunstwerkjes, vervaardigd door kunstenaars die toentertijd nog “gewoon” als ambachtslieden te boek stonden en ‘s morgens voor dag en dauw richting werkplaats trokken, om werkuren lang een stukje kerk op te sieren ter meerdere glorie van het kerkgenootschap en de aanbedene.

Marie uit nantesIk zie hem lopen, een glimlach om zijn lippen. Hij voelt zich sterk, ondanks de korte nacht. Marie is van het vurige en licht ontvlambare soort, al zou je dat niet zeggen. Overdag valt ze nauwelijks op; klein van postuur, rustig bewegend en met een zedig kapje op haar hoofd.

Schijn bedriegt hier toch echt, ze laat hem niet gauw met rust. Hij bloost onwillekeurig en schudt zijn lange donkere krullen, terwijl hij met weerzin de koude ochtendlucht opsnuift. Lag hij nog maar tegen haar warme lichaam….

Vermannen nu! Het is opschieten geblazen. Vandaag wordt een echte topdag, zijn lief zal haar ogen niet kunnen geloven. Heel in het geniep heeft hij gewerkt aan haar evenbeeld, dat zomaar pontificaal aan de buitengevel van de kerk komt te hangen. Een kleine versiering, stiekem vormgegeven naar zijn eigen muze. Vanavond zal hij haar eindelijk zijn werkstukje kunnen laten zien.

En, kleine Marie uit Nantes, was je blij met deze ultieme liefdesverklaring?  Ach, wat bazel ik nou. Natuurlijk is het niet zo gegaan. Maar goed, dit is wat ik voor me zag bij het stenen ornamentje aan de muur. Ik dacht, dat vertel ik hier even……

Sterk staaltje

Op een wonSjeffie 01derlijke dag, toen de vloeren in het oude muizenhuis nog van hout waren en er zowel op als onder het loopoppervlak zich een muizenparadijs bevond, liep er een kleine verdwaalde onnozelaar over de keukenvloer, terwijl hij eigenlijk onder de planken thuishoorde.

Ik hield mijn hart vast, want voor het fornuis lag op zijn dooie gemak onze grote grijze – sucker voor chocomel maar verder niet al te slimme en moge hij rusten in vrede- katerman Sjeffie, een beetje te suffen.

De verstekeling, die mij al vrij snel had gespot, zette het op een lopen, dook in Sjeffies vacht en kroop er, twee seconden later, aan de andere kant weer uit en verdween pijlsnel tussen een spleet in de vloer……

Ik stond erbij anders had ik het niet geloofd; er was een muis gewoon onder de buik van onze kat doorgelopen. Sterk staaltje maar echt gebeurd.

 

Eén recht, twee averecht

Laten we het eens hebben over de breiers onder ons. Breiers zijn volgens de Dikke van Muize “mensen die de gave hebben om van een simpel vraag en antwoord momentje een ware speelfilm te maken.” Je moet ze niet verwarren met brijers, want de stroom woorden is alles behalve onsamenhangend te noemen. Ik zal dit even illustreren met een voorbeeld:

Een simpele vraag: woont u al lang in dit huis?
Het simpele antwoord: Ik denk een jaar of vijf.

De breiers variant:

In dit Huis? ‘ns even denken. Toen mijn man en ik gingen trouwen, hadden we kind noch kraai. Ergens wel goed natuurlijk, want in die tijd was een buitenechtelijk kind nog een schande hahahahaha. Tegenwoordig doen de mensen daar niet meer zo moeilijk over. Dat kan ik wel zien aan mijn klusjesman Bob, die voor ons de zaken wat op de rails houdt. Zijn dochter heeft een zoontje, maar is nooit getrouwd. Maakt hem niks uit. Bob heeft trouwens net deze badkamer wat verbouwd. Die was eigenlijk al aan vernieuwing toe toen mijn man en ik hier kwamen wonen. Maar we hadden er even geen zin an… afijn,mijn zoon kwam met een gammakrantje aan en zei; “mam, dit lijkt me nou wel een mooi wastafelmeubeltje voor jullie! Lief van zo’n knul hè. Ja wij krijgen zelf geen huis aan huis reclame, omdat we zo’n nee/nee sticker op de deur hebben, kent u dat? Heel milieuvriendelijk en het scheelt je eindeloos heen en weer pendelen naar de papierbak. Die staat trouwens helemaal bij het winkelcentrum. Waarom komen ze papier nou niet gewoon van huis halen. Tillen valt me tegenwoordig zwaar en mijn man ook. Afijn, hij heeft het meubel er zelf ingezet. Bob dan hè. Mijn zoon niet, die heeft twee linker handen. Hebben we geweten bij de verhuizing naar hier. Hahaha. Vroeger deden we alles zelf. Weet je, mijn man en ik zijn ingetrouwd bij mijn schoonouders. Ja zo ging dat vroeger hoor. Mensenkinderen wat was ik blij dat we na zes jaar een eigen stek kregen. Beetje gespaard enzo. Daarna konden we ons wat meer veroorloven en we hebben samen nog heel wat leuke huizen bewoond. Maar op een gegeven moment moesten we toch overstappen naar wat kleiners. Overmacht, je wordt ouder hè? Afijn dat is dit huis geworden en ik moet zeggen, al is het niet zo groot als we gewend waren, we wonen er met plezier….. uhm …..ik denk een jaar of 5.

*kreun* Je wilt niet weten hoeveel breiers er op de wereld zijn…… trust me… offuhh ben jij er ook zo één…

Pech?

Zijn linker bovenarm was op een gecompliceerde manier gebroken en hij mocht het moeizaam helende lichaamsdeel totaal niet bewegen.

Arme knul, want in de ene hoek van z’n woonkamer stonden twee gitaren en in de andere hoek een gigantisch drumstel doelloos te verkommeren.

“Man wat baal ik hiervan,” riep de ongelukkige geërgerd en keek, terwijl hij verbeten aan een sjekkie trok, nors uit het raam van z’n bovenwoning.

Ik snapte het helemaal en zag eigenlijk maar één lichtpuntje… voor de onderburen dan.

Tijd heelt niet alles

Ze nam kleine hapjes.

“Ik ben naar Berlijn geweest”, vertelde ik, tegenover haar gezeten aan het kleine eetkamertafeltje dat zo oud was als haar eerste huwelijksdag. Start van een samenzijn dat bijna een mensenleven had geduurd, maar op een gegeven moment wreed werd verbroken. Nu zat ze alweer jaren alleen aan het eetmeubeltje, op een even oude, bijpassende meubelmakergemaakte stoel.

“Berlijn?” vroeg ze zonder enthousiasme, “Nooit geweest.”

“Niet echt uw ding hè, Berlijn. Teveel meegemaakt in de oorlog.”

“Nee, niks voor mij, Duitsland. Ik wilde er na die nare tijd niet meer naar toe. Soms moest je er wel doorheen, naar Denemarken bijvoorbeeld. Nou, dan namen we broodjes en drinken mee en we reden net zo lang door tot we er waren. We zijn nooit gestopt. Nodig plassen, geen optie.” Ze schudde haar hoofd. “Een mens kan ver gaan in zijn principes.”

“En nu dan? Zou u nu wel stoppen?”

“Neh,” zei ze resoluut, “ik zou er niet meer doorheen rijden.”