Over de rib en de rand

De laatste dag van maart bracht veel beter weer dan aangekondigd. Het was droog, de wind deed een dutje en zo nu en dan verscheen er zelfs een waterig zonnetje, dus ik kon niet anders dan aan het lonken van Keetje gehoor geven.

Het was tijd om de dakribben vast te zetten en een dakrand te maken. Droevig genoeg waren er geen gebruikte latten of balken om dat laatste te realiseren. Wel lag er al heel lang een bundeltje latten, bestemd voor een ander klusje. Zou ik?

“Kijk,” zei mijn gewiekste ik, “dit is ook hergebruik hoor, je geeft het een andere bestemming. Helder verhaal.”

“Uhhh,” aarzelde m’n calvinistische kant, “uhhh…”

Nou en toen ging ik er lekker mee timmeren. Maar niet zonder hulp van otterman die als de beste streepjes kan zetten. Anyway, er ontstond al gauw een drielattendikke balk die aan de zijkant van keetje gehangen werd, tussen de voorste en achterste rib. En toen nog ééntje voor de andere kant.

Daarna vroeg ik aan Muisman hoeveel tussenruimte ik moest aanhouden, in het kader van waarom zelf rekenen als een ander dat ook wel wil doen en met de verkregen wetenschap, maakte ik een maatlatje en schroefde de hele bliksemse ribbenboel op het dak vast.

Toch weer wat opgeschoten vandaag en alsof het nog niet fijn genoeg was allemaal, besloot de avondzon z’n licht op het geheel te laten schijnen zodat we zomaar een paasbiertje konden drinken in de tuin!

collage-ribben-en-rand

Binnenkant, de eerste opzet

De snijdende kou houdt de watjes van deze wereld van de straat en dicht bij de kachel, mij dus ook. Komt mooi uit, want het wordt tijd om wat gedachtes te wijden aan Keetjes binnenkant.

Het is verleidelijk om de kleine ruimte (1.85 x 4.00) open te houden, met slechts wat minimale meubeltjes, maar dat is toch niet wat ik wil. Niet met dit hutje in ieder geval, misschien met een volgende (huhum). Nee, Keetje moet een logeerhuisje worden, waar gasten zich in principe zouden moeten kunnen redden, mocht men ingescheeuwd raken en de weg door de tuin naar ons huis onbegaanbaar blijkt te zijn. Ik zeg maar wat.

Er zijn dus een aantal voorzieningen nodig. Een keukentje, toilet/wasgedeelte, een zit/slaapgedeelte en wat bergruimte. Met slechts 8 vierkante meter tot je beschikking, wordt de indeling best wel een beetje sleurhutstyle. De uitvoering en materiaalkeuze moet dat effect neutraliseren.

In  de rechterwand, bij het loopgedeelte tegenover de zit/slaapbank wil ik een aantal ramen zodat er veel lichtinval van buiten is en in het wcgedeelte een langwerpig raam, dat kan dienen als nooduitgang.

Nouja, zoals het gaat met plannen wordt het vast net weer anders dan bedacht, maar dat mag de (voor)pret niet drukken.

plattegrond1

Keetjes voorkant

Less is more, maar niet altijd zo je ziet.

Na het nodige sloopwerk met hindernissen, omdat het hout soms moeilijk te scheiden was van de langpotige nietjes, bleef er een groot ongezellig gat over en dat niet alleen, Keetje kreeg last van jujuberigheid aka ruitjesvorm, bij gebrek aan verband. Moest wat aan gebeuren natuurlijk.
frontje-bouwen-1
Het verhaal begon met een horizontale balk aan de voorkant, daar kwamen twee dikke planken op te staan, toen nog twee deuren en vervolgens kreeg de binnenkant versteviging. Nouja, de fotootjes spreken voor zich.
frontje-bouwen2
In de voorkant zitten de gekregen kozijnen verwerkt, een deel van het afvalhout uit de bouwcontainer en ook sloophout van Keetje zelf. Het deurkozijn maakte ik ietsje smaller en lager, maar wel van het kozijn dat eerst rond de deur zat. Dat hout er aan de buitenkant een beetje slecht uitziet zegt helemaal niks, kijk maar naar de zaagsnede. Prachtig hardhout en doodzonde om zoiets niet te gebruiken! Afijn, nou moet ik nog op zoek naar een smalle deur met glas en dan heeft Keetje een aardig frontje.

frontje-bouwen3

De één z’n afval is de ander z’n…

Met afgrijzen keek ik naar de bouwvakkers die, op het adres waar ik verbleef, met – laten we het project Z noemen – bezig waren. Het was vrijdag, de klok sloeg bijna vier, het weekend stond voor de deur en er werd flink opgeruimd. Knallend belandde er allerlei bouwmateriaal in een grote open container. De bak was nagenoeg tot de rand gevuld met zooi, maar ook met de meest prachtige stukken hout.

Ik kon er eigenlijk met mijn verstand niet bij, zouden al die mooie balkjes zomaar afgevoerd worden naar de stort? Kreunend of kwijlend, dat ben ik even vergeten, dacht ik aan mijn eigen project – we noemen het K(eetje) – en stapte naar buiten.

“Gaat dit allemaal weggegooid worden?” vroeg ik aan een bouwman en wees naar een container.

Hij knikte bevestigend.

“Mag ik er wat uithalen dan,” ging ik dapper verder, “er zit nog zulk mooi spul tussen.”

“Moet je snel zijn,” was zijn droge antwoord, “straks gaat het zeil er over.”

Nou is snel my middle name, Mama Snel Muis, dus dat hoefde hij geen twee keer te zeggen.

Even later reed ik, met mijn uitlaat slepend over de grond, huiswaarts.

WAt een feest!

houtjes1

Even een vooruitblik

Even een vooruitblik en dat bedoel ik letterlijk, want dit zijn twee ramen die ik zomaar kreeg. Ze komen in de voorkant van Keetje, aan beide zijden van de deur.

Het zijn van oorsprong tuindeuren geweest. Iemand heeft ze bijgezaagd en gebruikt voor, ja wie zal het zeggen. Nu bij Keetje krijgen ze een derde leven. Als dat geen hergebruik is!

Ik ga beide ramen nog wat korter maken en dan vormen ze samen met een mooie brede halfglazen deur die ook al in de pijplijn zit, de entree. Lekker open en licht. Om een beetje beeld te krijgen heb ik ze even binnen gezet en een foto gemaakt. Denk het hout er maar even achterweg. Wordt goed hè! Dubbel glas trouwens, hoe koel is dat.

Met een beetje geluk heb ik halverwege volgende week tijd om Keetje zicht te geven. Nu al zin in!

ramenvoor2

Hamsteren

“Er wordt achter de schermen echt hard gewerkt,” hoor je vaak bij gebrek aan zichtbaar resultaat.

Ik roep het nu ook, want er was op het podium niet zo heel veel te zien. Keetjes zijdeur kreeg nog wel een mooi gat waar eerst de deurkruk zat, de sleutel was foetsie en het slot zat dicht, vandaar.

Daarna haalde ik een drietal mooie aluminium profielstukken los en scheidde herbruikbaar sloopmateriaal van de echte bagger. Al die zooi ging in de wacht voor mevrouw Storthoop en het mooie spul bracht ik naar de schuur. Toen moest er even gebezemd worden en daarna kon je van de vloer eten.

Meer was het niet.

Anyway, de huidige indeling qua ramen en deuren gaat op de schop. Zo wil ik aan de voorkant naast de deur, twee smalle hoge ramen en ook het aantal ramen/lichtval in de zijwanden moet meer, anders en groter!

Maar het hangt allemaal af van wat ik zo tegenkom en daarmee zijn we backstage aanbeland, zoekend op internet en in m’n omgeving naar bruikbaar spul. Naast de jacht op gerecycelde handel oriënteer ik me ook op milieuvriendelijk isolatiemateriaal en dakbedekking, maar daarover later meer.

De eerste buit is trouwens binnen. Een gratis af te halen wc raampje met kozijn, voor het wasgedeeltetje-tje-tje-tje. Leuk hè!

collage-opruimen-verzamelen

 

Verder met de ribbetjes


Keetje krijgt wat van haar blauwe kapje. Het is zóóó niet 2013, zegt ze, dus of ik de vaart er een beetje in wil houden.

Ndakbouwen-ribbenou dat moest dan maar, dus gewapend met een spiksplinternieuwe schuurband ging ik de versgezaagde dakribben te lijf. Beetje gelijkvormig maken, daarna de uiteindes op dezelfde lengte afzagen, losschroeven van elkaar en hop, het dak op.

Yeah right! Zo snel ging het ook weer niet hoor, maar de ribben aan de voor en achterkant, zitten vast. Van voren maakte ik het dakje wat korter, dat hout was zo verschrikkelijk slecht, daar viel niks meer aan te bevestigen. Het achtereind had nog grip genoeg.

Boel gesleep met de keukentrap trouwens en natuurlijk komt daar het moment, dat je staande aan de ene kant, je gereedschap nog op de andere kant van het dak ziet liggen. Lekker handig.

Afijn, toen ging het miezeren, maar om te laten zien wat m’n bedoeling is, even een foto met de overige ribben er los op. Voor ik ze de volgende keer vastzet ga ik nog een enorm ingewikkelde rekensom maken; 4 meter 33 gedeeld door 5 en dan heb je de afstand die ze van elkaar moeten krijgen. Ik ga het blauwe regenkapje weer plaatsen en dan m’n telraam pakken. Wordt vervolgd.

dak-bouwen-ribben-2

Wie wat bewaart…

Alle factoren zaten mee. Het weer was goed, niet te koud, lekker droog, aan materiaal geen gebrek en ik was vrij.

Na twee koppen koffie en twee koeken (ik houd van symmetrie), gaf ik mezelf een schop en sleepte een grote plaat hout uit de schuur. Pffff, zwaar hoor, maar een gegeven paard moet je niet in de bek kijken.

We hadden er nog een stuk of vijf over, joekels, deels met dakleer bedekt, afkomstig van een houten schuur, die we ooit lang geleden voor vrienden hadden gesloopt. Aangezien de familie Muis destijds ook al graag bouwmaterialen hamsterde, konden we de voorraad aardig aanvullen.

Met een daklijst als mal, zaagde ik zes ribben, die straks de basis moesten gaan vormen voor het nieuwe hoedje van Keetje. Ik zette de zaagsels op het dak om te passen en kon met vreugde vaststellen dat het werd zoals gepland.

Min of meer dan hè, er moest er nog wel wat geschuurd worden zag ik, want recht zagen als in één keer goed, is niet helemaal mijn sterke punt. Daarom schroefde ik alle ribben aan elkaar en bracht de bandschuurmachine in stelling. Helaas was de schuurband versleten en de voorraad op, dus de finishing touch komt hopelijk zaterdag, als er weer nieuwe zijn gehaald. Vooralsnog hoor je mij niet klagen.

dakspanten