Herfsttij

Herfsttij. Als in, overvloed aan appels, de zoetweeë geur van een suikerfabriek, verkleurde bladeren, modderwegen, regen en wind. Zoiets, of, de prikkelende avondlucht van naderende kou, overvliegende ganzen -al dan niet in mist- en gehalveerde wormen.

Dat laatste valt mogelijk wat rauw op het dak, maar moet gezegd. De herfst brengt werkzaamheden met zich mee die stil leed veroorzaken. Zo probeer ik elke dag een regel in mijn moestuin te spitten, onder het motto elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar.

Terwijl ik mijn steekje bijdraag aan de steeds groter wordende lap zwarteglanzende vruchtbare grond, sterft onder mijn voeten menig onschuldige, sterker nog, uiterst nuttige aardworm een nare dood.  Halvering door staal. Ongrappig, want zoals ooit een heel oude dame het treffend verwoordde “zelfs een worm in de grond wil leven.”

Zij was het ook die regelmatig met een veelbetekenende blik en prikkende wijsvinger riep, “en als het onderendje begint te werken, berg je dan maar.” Het betrof op dat moment een wormsoort van geheel andere aard, haar eigen vent, een enthousiast voorstander van het fenomeen open huwelijk waar hij een geheel eigen uitleg aan gaf. Iets in de trant van, ik ga vissen in de breedste zin van het woord en jij zorgt voor het huishouden en de kinderen.

Het ene vissen, vond ze ergerlijk, zeker omdat er uitbundig cafébezoek aan te pas kwam, maar dat hij na die ongein en z’n werkuren voor de baas, ook nog eens daadwerkelijk met een stok en een touwtje aan de waterkant ging zitten bij het kraken van de ochtend, was pas echt onverteerbaar.

“Welke tijd blijft er dan nog over voor mij en de kinderen.” verzuchtte ze alsof ze niet mij maar haar man voor zich had en keek er meestal wat pruilend bij, waarna haar rimpelige gezicht een ondeugende grijns kreeg. De uitsmijter die volgde, “maar ik ben toch altijd bij hem gebleven, want het was zo’n knappe man,” deed bij mij alle hoop voor de mensheid door het afvoerputje wegvloeien. Verder het was zielig voor de wormen natuurlijk. Dat vissen.

Maar dit terzijde, herfsttij daar ging het over. Als in leven met golfbewegingen, opruimen en opnieuw beginnen, tenzij gehakt. Oi. Herfsttij.

Gaatje in de regen

Het bestuderen van buienradar en een overbodige blik naar buiten, of andersom daar wil ik af zijn, leerde dat het leidmotief regen zou worden deze dag.

Muisman en ik grepen onszelf bij de lurven en vroegen de hapsnavels of ze genegen waren ons uit te laten. Dit in het kader van je moet toch, dus waarom er tegenaan gaan hangen. Doorzetten en het vooruitzicht op een tweede ronde koffie inclusief tweede ontbijt of vroege lunch, je moet goed eten heb ik altijd geleerd, zou ons er wel doorheen helpen.

We bestegen onze vouwfietsjes en reden met elk een hapsnavel naast ons, wind mee over het platte Groninger land. Een enkel maïsveld dat nog niet gerooid was gaf tijdelijk verlichting, vooral op de terugweg, met wind tegen. Ik geloof dat niemand van ons vieren echt de lol van het gebeuren inzag, maar een uur later konden we doorweekt en tevreden vaststellen dat dit moetje er voor vandaag opzat.

Ik installeerde me lekker op de bank met als doel er de rest van de dag niet meer af te komen. Dat voornemen slaagde redelijk, pas na een paar uur schrijven en wat pielen op de diverse sociale media, rukte ik me los van mijn beeldschermpje en zag dat het buiten droog was, sterker nog, de zon scheen. Verdeurie, nou moest ik nog aan de slag ook, dat hadden we niet afgesproken!

Anyway, om een lang verhaal kort te maken. Heel veel tijd om aan de bak te gaan kreeg ik niet, want de hemel trok al snel weer dicht en liet als voorbode vast wat sputterspetjes los. Desondanks lukte het om een deel van Kaatje te behangen met wat mooie schrootdeeltjes. Toch leuk.

zijkantbekleden1

Zijkantje in progress

Een beetje van Kaatje en een beetje van mezelf, zo kun je dit zijwandje wel typeren. Na nog een stuk balk vervangen te hebben en de sloop van een watergootje langs de dakrand, werd het tijd om het wonderschone, op marktplaats gescoorde, hardhouten raamkozijn te plaatsen.

Het houtwerk aan weerskanten kon blijven staan, dus moest er in het midden alleen nog iets zinvols getimmerd worden. Toen kwam er een hergebruikt balkje hier, stukje Kaatjessloophout daar en vervolgens was het tillen maar!

Nog spannend, want ik had een rechthoek gemaakt waar het ding precies in moest passen. Zou jammer zijn als dat plan ging mislukken. Niet voor het aanpassen, maar vanwege de krengige zwaarte. Anyway, om een lang verhaal kort te maken, het kozijn paste precies.

Er zaten wel wat conflicterende haakse hoeken in het geheel (niet mijn schuld hoor, mind you) maar met het kiezen van een gulden middenweg, ziet het er nu heel aardig uit als je het mij vraagt. Nou kan er dus al een groot stuk zijkant dichtgemaakt worden met schrootjes . Isoleren doe ik later.

zijkant-met-raam

Vervalligheid

Met de naderend herfstwinden, is het zaak Kaatjes geraamte wat te verstevigen en daarom begon ik vandaag bij het begin, het herstel van de vloerbalken rondom. Ze zijn zoals je kunt zien mooi van vervalligheid, wat geen woord is, maar wel wat ik bedoel.

Anyway, op vergane glorie kun je niet bouwen, dus alle rottigheid moest verdwijnen. Er voor in de plaats kwam een mooi tweedehands balkje, op de foto nog niet op de juiste dikte gezaagd, maar dat mag de pret niet drukken. Je kunt zien wat de bedoeling is lijkt me. Aan de voorkant steekt de balk ongeveer 60 cm uit en dat blijft zo omdat Kaatje wat langer wordt. De vooringang gaat iets naar binnen en zo zal er naar wij hopen een klein verandaatje ontstaan, waar het op een late zomeravond goed toeven is met een glaasje van het één en ander.

onderbalkKaatje heeft momenteel al een aantal gasten, van die achtpoters die hun hangmat zo vastplakken dat je er gegarandeerd met je hoofd in blijft hangen. Ergelijk, want een spin is mooi, maar niet waar ik ben. Zij ergeren zich ook rot, want wie is toch dat mens dat steeds de zaak vernielt. Zo houd je elkaar wat bezig hè.

 

Een aanslag op Sam

“O hemel, o nee, o mijn god,” riep ik geschrokken en stak mijn hand tevergeefs diep in de keel van witje Sam.

Daar was zojuist een stukje pil in verdwenen, bestemd voor Lotus, ons andere witje. Een half hormoonpilletje om urineverlies na sterilisatie tegen te gaan en ik had het er zelf ingestopt!

Sam vond mijn graafactie merkwaardig, maar gaf geen krimp.

“Is toch niet zo erg.” suste Muisman. Daar was ik nog niet zo zeker van. Je zou het zien, ik had mijn hond vergiftigd. Zeker en vast.

“Ach mevrouw,” zei de aardige dierenarts die ik snel belde voor een verlossend antwoord, “het was een half tabletje en die honden lijken op elkaar.” Vertel mij wat, dacht ik en moest lachen, maar zo bedoelde hij het niet.

“Kijk, de reu is zeker zo groot als het teefje….” “Veel groter zelfs!”, riep ik behulpzaam. “In elk geval niet kleiner,” ging de dierenarts onverstoorbaar verder, ”en daarbij, de werking van zo’n tabletje, dat kan dit hondenlijf wel verwerken. Er is niks aan de hand hoor, geen zorgen.

Nou maak ik Sam om de zoveel tijd even wakker. Dan zie ik even dat hij het nog doet. Dat gevoel van opluchting… zo fijn!

sam