Kaas maar dan anders

Van zwangerschapsdementie had ik al eens gehoord, maar de variant kankerdementie was mij nog onbekend. Tot nu toe. Zo vergeetachtig als een deur.  Afijn, het geeft een dag dat onverwachte zullen we maar zeggen.

Neem de avondmaaltijd die geheel anders vormgegeven moet worden omdat het hoofdingrediënt op miraculeuze wijze in het winkelschap is blijven liggen. Autosleutels die opduiken in de koelkast. Op stap zonder handtas met broodnodige inhoud. Opstaan van de bank om het ene te zoeken en later weer zittend, je realiseren dat je wel rondgelopen hebt, maar niet hebt gezocht, laat staan gevonden.

En ook altijd leuk,  wegstappen van een polibalie om vervolgens een arts bijna omver te kegelen. Ik zeg bijna, want Muisman weet het zo langzamerhand wel. Hij behoedt voor gevaar en grijpt op tijd in. Als een vader die met uitgestrekte armen achter z’n losgeslagen kleuter aanrent. Deze laatste scène kent inmiddels varianten.

Ik denk dat ik soms even een deel van mijn hoofd gebruik om intern wat zaken te ordenen.  Een beetje als de anti virus software op mijn laptop die zich bij tijd en wijle roert. Allemachtig denk ik dan, wat is het ding traag, kom op man, laden die pagina, waarna niet veel later een popup in beeld komt met de melding; Scan voltooid, onrechtmatigheden hebben een plaatsje gekregen. Ga gerust verder.

Met een bezoekje aan de wereld die borstreconstructie heet bijvoorbeeld.  Heel informatief en interessant dat wel. Maar ook confronterend. Het ging verdeurie over een exemplaar van mij!

Aan het eind van de rit moesten ze op de foto, mijn borsten. Vereeuwigd voor het nageslacht, dat wil zeggen, voor het dossier.  Dit is jullie moment of fame jongens, riep ik vrolijk, Zeg eens protheeeeeeeeeeeese. Vonden ze niet leuk. Nou, laat mij ook eens lachen.

’s Nachts lepeltje-lepelde ik tegen Muisman aan. Ik legde zijn hand op mijn borst. DE borst, die straks wel het zelfde velletje zou houden en als het mee zat zelfs dezelfde tepel, maar met een geheel nieuwe inhoud en zonder gevoel. De zachte aanraking van Muismans hand op mijn huid was zo vertrouwd. Opeens moest ik huilen.

Nee, wat komen ging was niet het eind van de wereld, sterker nog, borstreconstructie zou een prachtige oplossing zijn voor een heel lelijk probleem en ik was blij met de mogelijkheden die ik aangeboden kreeg.  Maar op dat moment voelde ik heel intens het verdriet om iets dat voorgoed verloren zou te gaan.

Je hebt mij toch nog, suste mijn andere borst. Dat was ook zo en die wetenschap was fijn. Net zo fijn als getroost worden en een goede nacht slaap. Daar kon geen virusscan tegenop.

Fijntunen van het script

Persoonlijk kon ik er even niet blij van worden. Ik had zojuist mijn filmscenario gepresenteerd aan de gespecialiseerd mammaverpleegkundige.

Het verhaal ging zo. Hoofdpersoon heeft een knobbeltje in haar borst dat verwijderd moet worden. Na de diagnose krijgt ze wat onderzoekjes en een paar gesprekjes. Daarna laat ze zich de operatiekamer in en vervolgens ook weer uitrijden. Na de succesvolle ingreep zonder aansluitende bestraling, richt ze zich op een spoedig herstel met veel aandacht en lekkernijen en pakt binnen no time de draad op, daar waar ze gebleven was. Eind goed al goed. Wat een kaskraker.

“Nou,” zei mijn geïnteresseerde toehoorster, “dat wordt dan wel een wat kort door de bocht filmpje denk ik.”

Werkelijk, hoe kon iemand dat nou zeggen. Ik vond het ding in mijn versie al veel te langdradig.

Ze gooide haar lange blonde haren naar achteren. “Kijk, in de film die wij als behandelteam voor ogen hebben, nemen we uw verhaallijn wel over, maar onderwerpen we alles wat we tijdens de operatie verwijderd hebben aan een diepgaand onderzoek. Pas daarnà, we hebben het dan over een week of twee later, bepalen we de behandelstrategie. U moet daarbij denken aan een chemokuur. Er komen nog een paar scenes tussen het begin en eind zeg maar. Het script wordt langer.”

“Behandelstrategie, chemokuur?” Oi, die wending hadden Muisman en ik niet meegekregen na ons laatste bezoekje aan het ziekenhuis. We waren er even stil van. Wat een tranentrekker dit gebeuren. “Ik denk niet dat we hiermee een Oscar gaan winnen,” beet ik de mammapleeg lekker ongenuanceerd toe.

Juist wel, vond ze onverstoorbaar. Aan de verhaallijn en het plot was heus niks gewijzigd. En na het onderzoek zouden de tumor en de klier weinig geheimen meer hebben. Resultaten uit het verleden boden wel degelijk zicht op de toekomst. De nabehandeling ging zich daarom, vooropgesteld dat er inderdaad geen uitzaaiingen waren (daar hoorde weer een heel ander scenario bij), richten op het zo klein mogelijk maken van de kans op herhaling.
Begrijpt u?

We begrepen en na een paar keer slikken,  draaiden we de knop coping mechanismen aan en adopteerden het ietwat herschreven script.

We liepen nog even naar de wachtkamer van de afdeling radiologie. Er zat een klein manneke van ongeveer een jaar op zijn vaders schoot. Uit het kinderneusje bungelde een sonde.  Er werd een naam geroepen.  De vader stond op en stapte de achter een verpleegkundige aan richting de scan/bestralingsruimte.

Waar hadden we het over, schoot het door mijn hoofd, dat was pas echt een klotenfilm.

Beving op de schaal van Richter

“Ik moet u helaas zeggen dat u borstkanker heeft,” zei de aardige chirurg en keek mij indringend aan. Ik keek terug met een blik die iets gezegd moet hebben van ‘vertel eens iets nieuws’ want hij vroeg; “U had het al verwacht?”

En dat was ook zo. Nadat ik de bus uitliep van het bevolkingsonderzoek borstkanker bekroop me een onaangenaam gevoel, onberedeneerd, al had het feit dat één van de foto’s opnieuw moest omdat ik bewogen zou hebben, me misschien aan het denken kunnen zetten.

Ik lette wat extra op mijn telefoon en deurbel, maar toen er na ruim een week nog geen onheilstijdingen of boodschappers waren verschenen, ontspande ik en vond vooral dat ik mezelf niet zo gek had moeten maken. Toen ging de bel. Ik opende argeloos de voordeur en stond oog in oog met mijn huisarts. “Och heden, een dokter”, zuchtte ik, bijna kwaad op mezelf omdat ik me toch had laten verrassen en liet hem binnen.

“We moeten even zeker weten dat we de goede persoon voor ons hebben.” zei hij gezeten aan de keukentafel. Ik had het niet erg gevonden om dit keer het slachtoffer te zijn van een misverstand, maar dit terzijde. De dokter had het wel degelijk over mij, zo bleek uit mijn geboortedatum en andere feiten.

Wat volgde was een beving van mijn persoonlijke leefwereld, die het goed zou doen op de schaal van Richter. Ja, het was nog niet zeker allemaal, maar ik wist wel beter… Een paar dagen later stond een verkennend onderzoek gepland in het Umcg. Het resulteerde in die ene zin; Ik moet u helaas zeggen dat u borstkanker heeft. Tja.

Muisman en ik zaten daarna samen onderuitgezakt en dicht bij elkaar op een pluche bank van het café dat we in onze Groningentijd vaak bezochten. We proosten met een vers getapt biertje op ons verbond en dat wat komen ging. We hadden de afgelopen dagen samen intens beleefd en wat we te horen hadden gekregen vandaag gaf ons moed.

De resultaten waren hard maar niet zonder perspectief. Ja het was een tumor, een kleintje nog, grillig van vorm en niet te onderschatten. Ja, het was een kwaardaardige jongen, zeker, maar nog een beetje aan het soleren. De echo liet geen uitzaaiingen zien, al zou een operatie dáárover pas echt uitsluitsel geven. Nou, dat zagen we dan wel weer. Voorlopig konden we verder, de geplande operatie heeft als insteek genezing, had de arts gezegd. Dat vond ik zelf een hele mooie voor op een tegeltje boven het bed. Maar als mantra had de zin vast ook potentie.

Dus nu stappen we vol moed de molen in, die trouwens langzaam draait. Denk dat ze het tumorventje pas over een week of 4 te grazen gaan nemen. Tot die tijd volgen er nog wat tussenstappen ter voorbereiding. Ik vertel er nog wel over.