Toch maar doen

Wat kan ik zeggen.  Soms zit het mee en soms zit het tegen.  Laboratoriumonderzoek leerde dat er toch cellen naar de poortwachtersklier waren gekropen, wat betekende dat er ook een kans was dat  de achterliggende lymfeklieren vereerd konden zijn met een bezoekje. Tja en wat doe je dan.

“U hebt 3 opties,” zei de oncoloog. “Eén is het weghalen van die achterliggende klieren, dan kunnen we ze onderzoeken. Risico is wel dat ze misschien nog schoon zijn, dus dan hebben we ze eigenlijk voor niks verwijderd. Twee; denken nou, het zal inderdaad wel wat meevallen met dat doorwandelen van die cellen, dus ik laat de klieren mooi zitten en we zien wel waar het schip strandt. Drie, bestralen, maar of er verkeerde cellen zitten, dat weten we dus niet en dat onderzoeken we dan ook niet. Deze methode heeft wel veel bijwerkingen op de huid  en onderliggend weefsel, wat nadelig kan zijn voor het andere proces waarin u zit, het borstreconstructieverhaal.”

Zo fijn hè, dat je alles zelf mag beslissen #not.

Nouja, natuurlijk wil je zeggenschap over je eigen lichaam, maar de bijbehorende keuzes zijn niet altijd even makkelijk te maken.  Want gokken dat het allemaal wel los zal lopen? Ik durf het niet, al was het alleen al omdat voorafgaande positieve verwachtingen zich niet uitbetaald hadden. Kleine tumor, op tijd erbij, klieren laten niks afwijkends zien bij radiologisch onderzoek én het snelonderzoek tijdens de eerste operatie, waarschijnlijk was het lokaal gebleven… Tsss, mooi dat de poortwachter toch aangetast bleek. Maar bestralen in het wilde weg met al z’n bijeffecten? Dat voelde ook niet goed. Dan maar optie drie, weghalen die hap met de mogelijkheid tot nader onderzoek.

Het voelde voor mij merkwaardigerwijs als een keuze tot zelfverminking en niet tussen ja of nee kanker. Een mens zit raar in elkaar. Misschien wel gezonde klieren verwijderen en in het ergste geval eindigend met een oedeemarm (vochtophoping  en daarmee functiebeperking door o.a. overbelasting, infecties etc.).

Van “gewoon” naar vrijwillig gemankeerd. Ik had het er moeilijk mee. “We zetten u op de opnamelijst en als u alsnog op een nacht gillend wakker wordt en toch een andere beslissing wilt nemen, dan halen we u er gewoon weer af,” bood de oncoloog aan. “Maar voor wat betreft uw angst dat uw arm niet meer goed zal functioneren. Ik  wil er niet badinerend over doen, maar ik zie heel  veel patiënten die gewoon weer kunnen tennissen na deze ingreep. “ Ik verving in mijn hoofd het woord tennissen voor timmeren en knikte. Zo zou het vast gaan.

Terwijl ik dit schrijf ben ik net een paar dagen terug uit het ziekenhuis. De klieren leverde ik in. Of ze inderdaad nog gezond waren zal binnenkort blijken. Voor mijn ontslag sprak ik een hele aardige fysiotherapeute. Ze hielp me in een paar zinnen met het kantelen van mijn angstbeeld. “Weet je,” zei ze, “ik ken mensen die na deze ingreep ontzettend voorzichtig gaan leven en toch oedeem krijgen en ik ken mensen die van alles doen en het gaat hartstikke goed. Dat wil niet zeggen dat je dingen  uit moet lokken.  Houd je van tuinieren? Draag handschoenen. Ging je nooit naar de sauna, begin daar dan nu ook niet mee, maar deed je het al? Probeer het. Timmeren , Keten en Katen? Mee doorgaan. Til niet achterlijk zwaar, vraag wat sneller even hulp, kijk wat je andere arm kan opvangen aan tekorten. Wat is er -even zwart wit gezegd dan hè- aan het leven als je niet kunt doen wat je leuk vindt. Doe en merk vanzelf wat je tegenkomt.”

Ik vond het een fijne benadering.

update:
De klieren waren schoon!