Kip on the move

De klus zit er op. De moestuin is kaal en ze zijn dan ook vertrokken, de vier dames, als nomaden zoekend naar een nieuwe plek om eens even flink onder poten te nemen.

Ik pakte de familie vanmorgen één voor één op en gaf ze aan Muisman die onder -veel te enthousiaste- begeleiding van twee witte herders er voor zorgde dat ze veilig op hun nieuwe stek kwamen. Voorlopig kan het gaas dus nog niet weg. Denk dat er binnen no-tim no-nada kipstra’s meer zouden rondtokken. Dat zou jammer zijn. Zeker nu ze steeds meer op normale kipjes gaan lijken met vlees op de botjes, een mooi glad verenkleedje en zelfs het kontje wordt alweer wat veertjesvol zeg maar gerust pront.

Anyway, nou moet ik eigenlijk de groentetuin in om het karwei af te maken zodat er gezaaid en gepoot kan worden. Echter, aangezien de lente nog doet alsof het herfst is, wil ik geen spelbreker zijn en stel één en ander nog even een paar daagjes uit. Gewoon. HA!

kaletuin kippen2

 

 

 

 

 

Run Muis Run!

Al gehoord hoe fit ik was? Nou ontzettend fit, het moet gezegd en dat niet alleen, het is ook gemeten!

Ik doe mee aan een groot onderzoek onder ongeveer 200 kankerpatiënten door arts-onderzoeker Niek Westerink van het UMCG. De onderzoeksvraag luidt: Wat is het verschil tussen bewegen tijdens chemotherapie en bewegen na chemotherapie? Er wordt gekeken naar het maximale  zuurstofopnamevermogen en daarnaast naar het ontstaan van late schade na chemotherapie.

Als je deelneemt wordt er geloot wanneer je mag beginnen met een twaalf weken durende sportsessie van drie keer per week. Bij mij werd het na de chemo. Daar was ik niet echt rouwig om, want tijdens de chemo had het me vast meer moeite gekost. Mijn traject werd na zes weken onderbroken door een hersteloperatie en daaraan gekoppeld zes weken verplicht rust, maar toch fietste ik de twaalf weken onder begeleiding van fysiotherapeuten een half uur op de hometrainer en deed twee keer per week aan krachttraining en één keer aan spel. Kon voetbal zijn of badminton, van alles. Tot zover de cijfertjes.

Oh nee, toch niet. Ik heb twee A4tjes vol met uitslagen van allerlei bijbehorende onderzoekjes, maar dit is waar het -voor mij- om draait. De uitslag na helemaal tot het gaatje fietsen met een knijper op je neus, volgehangen met meetplakkertjes en ademend door een mondstuk met een slang eraan. Het klinkt naar, maar het is gewoon best heel leuk.

Conditietest (fietsergometrie): Maximaal wattage (weerstand) Maximale volume zuurstofopname (VO2, ml/min/kg lichaamsgewicht) categorie vrouw 50-59.
28-5-2014beginpunt deelname onderzoek na 2 operaties, nog voor de chemo. 185 28.9 – Goede conditie
12-11-2014meting na stoppen chemo en begin van het trainen 185 29.3 – Goede conditie
25-3-2015 230 33.7 – Zeer goede conditie (31-36, dus middenmoot)

Is het me gelukt om aardig op niveau te komen! Gaf wel een kick hoor, sodeknetter. Anyway, nu gaat het onderzoek verder met twaalf weken, begeleid door mailcontact met het UMCG, zelf verder sporten. Komt dat ff mooi uit, want ik heb me net opgegeven voor de Pink Ribbon Ladiesrun op 7 juni in Groningen. Loop ik de tien kilometer. Is ongeveer over 12 weken, dus veel beter kan het niet qua planning.

Ga ik nou even wat rennen. Latur!

hardlopen

Hangen

In het kader van  klooien, vierkant en meter ook de afdeling “hangen” maar opgepakt met een heuse wissellijst afkomstig van de sloophout bv.

Nou mag ik graag ergens een spijker injensen, maar toen ik een vrij groot aantal mij dierbare foto’s had laten afdrukken op canvas, formaatje 20 bij 20, dacht ik:

a. hoe krijg ik de spijkertjes zo in de muur dat alle vierkantjes niet schots en scheef hangen en de tussenruimtes gelijk zijn.

b. wil zelfs ik wel zoveel spijkertjes in mijn muurtje.

Voor a. ben ik veel te onnauwkeurig van aard (al dat gemeter, slaan wil ik, slaan!) en over b. kunnen we kort zijn; nee zelfs ik wil dat niet.

Daarom zaagde ik wat sloophout in dunne latjes, maakte een maathoutje van 20 bij 20 cm zodat het raamwerk zou corresponderen met het beoogde doel, een houder aka wissellijst creëren voor de fotootjes. Beetje timmeren, beetje kalken, twee oogjes aan de bovenkant en hangen maar.

Er zijn nog twee plaatjes onderweg dan is de lijst gevuld. Lollig niet?

Voor de nauwkeurige kijker; het spinrag is inmiddels weg

wissellijst

 

 

Luiken

Nu ik niet meer structureel naar Groningen hoef te karren voor de sportssss , heb ik voor m’n gevoel opeens oneindig veel tijd tot mijn beschikking en loop ik met een gelukzalige grijns op m’n smoel door het huis.

Niks fijner dan die eerste dagen van, hééé ik hoef niks nada noppes, ik ga (heel even) alleen maar doen waar ik zelf zin aan heb.

Waar heb je dan zoal zin aan mevrouw Muis, hoor ik u vragen.

Nou dat is even gecompliceerd als simpel, ik heb zin aan klooien en klussen op de vierkante meter. Dat simpele hoef ik niet uit te leggen. Das gewoon thuis bij Muis. Lastiger wordt het met het klooien en klussen, want waar te beginnen. Om een uitgebreid verhaal toe te spitsen, ik begon in de achterkamer.

Nadat ik ooit in een vlaag van –gordijnen zijn ruk- alle raamdecoratie van de muur had gehaald, bleef ik me vooral ’s avonds , zittend in een verlicht aquarium, afvragen of dat wel een verstandige move was geweest. En als ik me het niet afvroeg, deed Muisman het wel. Nou is het hier niet de Kalverstraat, maar toch…

Afijn, het nieuwe toverwoord werd “luiken”

Na een intensieve speurtocht op Marktplaats vroeg ik me af waarom ik m’n broodwinning niet in de houten shutter business had gezocht,  die dingen kosten namelijk een klein fortuin. De mooie dan hè, die Franserige enzo. Ik nam een optie op een set van twee en als boetedoening maakte ik zelf een setje voor het kleine zijraam. Van sloophout en gekleurd met Annie Sloans kalkverf, lijkt het of ze er al jaaaaaaaren hangen.

Om de schuld helemaal te levelen knutsel ik nog even door aan een setje voor de slaapkamer, ze worden wat smaller en vierdelig. Denk dat daarna de -niks, nada, noppes- fase wel weer passé is als ik m’n agenda zo bekijk.

luiken

 

 

 

Op de kinderboerderij is altijd wat te zuchten

Op de kinderboerderij is altijd wat te zuchten. Is het niet door jezelf, dan wel door een ander.

Een knul van pakweg twintig voert knusjes broodkorstjes met z’n vriendin aan de dieren. Het zakje wordt, eenmaal leeg, netjes weggegooid in een prullenbak. Dan slaakt de jongen een gil. OMG Er zit iets viezigs onder z’n schoen. WAT NU!!!!

Nou, je zoekt een leuk bankje op en schraapt je zool aan de zitting af, wat dacht jij dan!

Zucht.

Twee kleine meisjes, pak um beet groep 5, werpen een vluchtige blik op het aquarium (zonder water) met kuikentjes. “Och wat schattig,” zucht de ene. “Wat maken ze een irritant geluid,” zucht de andere en ze lopen snel door.

Gelukkig hebben ze errug leuke stoeltjes.

houten-stoeltjes

 

Afsluiten

Ik sluit wel eens wat af.  De voordeur bijvoorbeeld, of een hypotheek, het water op de buitenkraan als er harde vorst verwacht wordt en sinds kort een kippenhok. Elke avond, om ongewenste indringers buiten te houden.

Wanneer de poort gesloten is, volgt een snelle blik in het hok zelf via een deurtje aan de achterkant. Gewapend met een lampje tel ik de kammetjes die op verschillende plaatsen uit een compact verenpakket omhoog steken. Het zijn er vier. Vier is goed.

Vandaag kregen Kipstra en co een groter stuk grond tot hun beschikking, de hele moestuin om precies te zijn. Kunnen ze verder spitten. Ik harkte alvast de met kippenklauwen bewerkte grond verder los en ving wat onkruid. Nog een lastige klus aangezien de dames de link tussen mijn tuinwerkzaamheden en een wormenmaal al snel doorkregen. De gretigheid won het van de angst en wonder boven wonder werd er geen kippenkopje geplet onder m’n harkje.

De zon scheen vriendelijk en gaf de dag een feestelijk tintje. Ik dacht aan 2014, het k*tjaar dat in mijn beleving vandaag pas echt stopte met het afronden van de revalidatiesportsessies. De kanker voorbij. Diagnose, behandeling en genoeg herstel om weer vooruit te kunnen.  Zo sloot ik alweer wat af. Zei ik al hè, dat ik dat wel eens deed.

samen-tuinieren

We noemen ze….

“Hoe gaan we de kippetjes noemen?” vroeg ik de twee oudste kleinmuizen van vier en zes, in de veronderstelling dat ze enthousiast met een retegoed voorstel zouden komen.

Dat was best een beetje naïef van mij, aangezien Fa meteen riep “Boom!”, wat mij deed terugdenken aan het visnaamgeefverhaal van afgelopen zomer, waarbij haar nieuwe aanwinst, na een eindeloze reeks zelfbedachte en vervolgens zelfverworpen voorstellen – het grootste gedeelte van de suggesties bevatten meer medeklinkers achter elkaar dan uitspreekbaar laat staan herproduceerbaar- , de naam “Struik” meekreeg. Ik moet zeggen, het went, maar om nou meteen voort te borduren op het genre….

Grote zus Em had ook al input gegeven toen we de kippen gingen halen en dat had eveneens een vooruitwijzing moeten zijn. De Red-een-legkip-punt-nl-mevrouw vroeg haar namelijk even enthousiast als ik, “En hoe ga je de kippen noemen?”, onderwijl een hennetje aan mij overhandigend met de woorden : “Zo en dit is nummer vier.”

“Nummer vier natuurlijk!” riep Em. Waarom moeilijk als het makkelijk kan moet ze gedacht hebben.  De kippenmevrouw zag er de lol wel van in. Ik ook, maar optie “Nummer vier” ging um echt niet worden hoor.

Enige tijd geleden had ik trouwens m’n driejarige kleinzoon al eens gepolst over hetzelfde item. “We noemen er eentje kabouter-kip net als jij,” opperde ik gul. “Nee,” was het gedecideerde antwoord, “die heb ik thuis al.” En meer kwam er niet uit. Jongste kleindochter is nog maar tien maanden, dus je begrijpt, daar begin ik niet eens aan.

Ik zeg dood spoor.

Gelukkig is er al één hennetje vernoemd. Cis van Facebook heb ik namelijk een kippennaamgenoot beloofd om haar als stadse hofjesbewoonster toch het ik-heb-een-kip-gevoel te laten beleven. Verder heb ik in mijn onmetelijke wijsheid besloten de overige drie Polly, Kim en Emmylou te noemen.  Wie wie is weet niemand en ik al helemaal niet. Mogelijk krijgt één en ander later vorm, want eerlijk is eerlijk, ze zijn wel gelijk, maar ook weer niet helemaal. Ik kom er op tzt op terug.

rafelkippen