Veel te zien onderweg

Er valt altijd veel te zien onderweg, als je er oog voor hebt tenminste.

Neem vorige week. Langs de lange verlaten landweg stonden twee werkschoenen keurig in het gelid te wachten op de terugkeer van hun bewoners. Vermoedelijk een paar groot uitgevallen, ietwat eeltige voeten gehuld in sportsokken al dan niet met gat. Ze waren in geen velden of wegen te zien. Misschien op gestegen samen met al het andere wat er aan vast zat? Mij lijkt het een mooie manier om te gaan, sterven door opstijging. Wat een meesterlijke verdwijntruc, iedereen heeft het nakijken en het geeft weinig gedoe.

Ik denk wel eens aan dood gaan en hoe dat zou zijn. Dan deert het me dat ik er nog ben zonder dat ik er feitelijk nog ben, als je begrijpt wat ik bedoel. Waarom moet dat nou. Was ik uit mijn slof, nee herstel schoen geschoten, dan konden m’n eeuwige loopmaatjes mooi even in de wasmachine en daarna op de schoorsteenmantel, of gewoon in een kastje. Ik ben niet zo kieskeurig. Zo nu en dan zou iemand ze even afborstelen en denken in verleden tijd.

Anyway, vandaag zag ik een man. Hij lag voorovergebogen op een grasveld en tuurde in een gaatje. Dat gaatje was eerst een berg geweest. Rondom hem waren nog meer bergen te zien. Ze waren van het soort dat een mol maakt en dan eentje met ADHD gezien het aantal.  Uit de mans houding sprak wanhoop. Het trof me dat hij zo vol overgave de grond in tuurde. Alsof hij contact probeerde te leggen met zijn kwelgeest, misschien smekend om een wapenstilstand, mogelijk vragend naar beweegredenen, maar meest waarschijnlijk vloekend en tierend. Alsof er aan zo’n glad pelsje ook maar iets zou blijven hangen.

Verloren zaak, maar desalniettemin een mooi beeld, zo even onderweg, als je er oog voor hebt tenminste.

molletje