Wasstraat

Ik denk dat ik vandaag voor de derde keer in mijn leven door een wasstraat ging en voor de eerste keer allenig.

Je moet je dat voorstellen als zwaar grensoverschrijdend gedrag van mijn kant. Byebye comfort zone, hallo grote enge wereld daarbuiten, of zal ik zeggen daarbinnen.

Het begon al met een enorm dilemma. Kun je zo’n groot gapend gat gewoon inrijden of moest je eerst een kaartje kopen?

Maar even vragen dan.

Ah, behandeling kiezen: Wassen – watergolven – plus, plusplus of plusplusplus de luxe… hai moest ik nog nadenken ook!

Dan een kaartje kopen in de toko.

Vervolgens achter aansluiten met je karretje.

Dat kon ik wel.

Tiktiktik, de wasstraatman timmerde op mijn autoraampje.

“Ja?”

“Weet u zeker dat u dit wilt? Mogelijk valt de bumper er af.”

WTF! Ja het ding zat ietsje los, maar waarom meteen het ergste vrezen.

“Zal toch wel wat meevallen?” vroeg ik en keek hem stoer aan.

Bluf, dat begrijp je.

“Vast wel”  was het antwoord. “ Ik houd het wel even in de gaten.”

Wat dat ook mocht betekenen. Eenmaal verzwolgen door de draaiende en boenende borstels hielp er vast geen moedertje lief meer aan.

De auto werd rondom schoongespoten, kreeg een hoesje om de ruitenwisser achter (en nog ergens ofzo) en toen moest ik doorrijden met m’n rechter wiel in een gootje, precies tot zover en niet verder. Tot de man zijn duim omhoog stak om precies te zijn. Missie geslaagd.

Motor aan laten, in z’n vrij, geen handrem en dan gewoon blijven ademhalen. Plakje cake zogezegd.

Zo geschiedde. Langzaam werd mijn autootje de onderwereld binnengerold.

Onder het geraas van de grote borstels en woeste water- en zeepstromen, dacht ik aan scenes uit series en films waarbij de wasstraatlocatie steevast leidde tot moord, verdwijning en witwasserij a la Breaking bad.

Gelukkig was er snel licht aan het eind van de tunnel en nadat een stoplicht van rood op groen sprong reed ik de veilige wereld weer in, MET BUMPER, mind you.

En nog een kilometer of wat met hoesjes links en rechts.

Hai, wat een amateur was ik toch.

Snel weghalen en doortuffen.

Niks aan de hand.

Vrouw van de wereld uhhh wasstraat.

wasstraat1

TADUUTADAAAH

Ik had links 30 euro bril in mijn hand en rechts ook. Samen was het nul komma nul.

Ik zwaaide met beide onderdelen naar mijn zorgcliënt. Die zag er de humor wel van in en lag grinnikend in bed.  Nouja, zo bezien had ik het verlies er alweer uit natuurlijk.

bril

Onderweg naar huis met mijn eigen stek al in zicht,  stond een mevrouw naast haar scootmobiel op de lange landweg  tussen de leeggerooide akkers.  M’n achteruitkijkspiegel reflecteerde haar afhangende schouders. Hai dat mensje was geloof ik niet van de natuur aan het genieten.

Maar even in z’n achteruit dan.

Ja hoor, goed gezien. Gestrand. Batterij dood, geen telefoon bij zich en algehele treurnis.

We besloten hulp te gaan halen in het dorp, wat niet lukte, want niemand had de tijd of mogelijkheid om zo’n karretje eventjes op te halen. “Nou dan ga ik maar naar huis en bel de leverancier, haalt die um wel op,” besloot de dame.

Leek me een bijzonder puik idee.

Toen nog wel.

Twee uur later niet meer.

Whoeeeeeeeehoeeeeeeee, joelden de witte herders keihard maar zeker melodieus.

Dat doen ze vol overgave als ze een brandweerauto met toeters horen en die kwam onmiskenbaar langs ons huis geracet.

En nog één..
die had een leuk bootje bij zich.

En toen nog een ziekenauto.

OMG, het zal toch niet, dacht ik en tuurde vanuit onze tuin de landweg af.

Nou…. echt wel dus.

Er vond een algehele uitruk plaats, naar de plek des onheils van een paar uur geleden.

Dan ik ook maar, dacht ik toen, als zijnde kroongetuige.

Tja, Iemand had gebeld. Verlaten scootmobiel, dus de bijbehorende persoon moest wel in het water van een nabijgelegen sloot liggen.

Ik denk zelf bij verlaten auto’s, fietsen en scootmobielen altijd aan pech.

En bij ons op het boerenland is het ook mogelijk dat de gevlogene lekker meetuft op de trekker.

Maar die gedachtegang behoort nu voorgoed tot het verleden.

Zucht.

K* kluisjes

Water en ik, wij houden van elkaar. Met kluisjes kan ik het soms minder vinden.

Na een poging of vier bij opberghokje nummer 93;  je gooit je spullen er in – plaatst een muntje in het gleufje, deurtje dicht, sleutel draaien en dan gebeurt er niks – verkas ik naar een zelfde geval met het nummer 26.

Helaas, l’histoire se répète. HOE KAN DAT NOU!

“Lukt het niet, meisje?” vraagt een meneer die achter me uit een badhokje is gestapt.

Grote genade. Meisje? Tel tot tien .Wat dacht je er zelf van grapjas, dat ik hier voor m’n lol als een halve gare dat muntje en sleuteltje ritueel zit af te draaien?  Pffff.

Nou nou nou kan het een beetje minder mevrouw Muis! Niet zo vervelend doen. We hebben het hier over een vriendelijk en zeer zeker goed bedoelend persoon. Doe ‘ns aardig.

“Daar heeft het alle schijn van,”  zeg ik dan ook lachend.

Dat blijkt het startsein voor een praktijkles.

“Kijk” zegt de man. “Als je nou dit en dat en zus en zo doet. …”

Plop, daar gaat het kastje al op slot.
Om je kapot te ergeren.

“Aha!” roep ik opgetogen. “Dank u wel!”

“Graag gedaan en niet te hard aanduwen hoor, daar zit um de truc.”

Ik heb het gesnopen.

Mijn weldoener loopt naar de uitgang maar houdt even in bij kluisje nummer 93.

Zijn wijsvinger richt zich priemend naar de grond.

“Zijn die sokken van jou?”

#$%#^$&#%&#%&#

Gaan we weer.

Zwembadgeluiden

“Goedemorgen!” galmde een heldere stem. Een bijbehorende oudere man in een erg grote zwembroek stevig vastgesnoerd rond een dito buik, stapte monter uit het badhokje naast de mijne.

Ik liep net naar binnen.
Hij keek me indringend aan alsof we elkaar al jaren kenden of op z’n minst iets met elkaar moesten.
Nou, no weee hooosee, zou ik willen zeggen.
Zo geen zin in onzin gesprekken.
“Goedemorgen” antwoordde  ik desalniettemin vriendelijk en sloot het deurtje achter me.

“Ha daar! Goedemorgen” galmde het wederom.
Dit maal bleek ene Gerda de klos.
Ze beantwoordde de groet met een blij “Dag Harm!”

So far so good.

“Ik dacht al dat ik je hoorde, Gerda” meldde de Harm.
“Ja, ja,  ik heb een schelle stem hè”  riep Gerda vrolijk.

Enig zelfinzicht kon haar niet ontzegd worden.
De term schel dekte wat mij betreft geheel en al de lading.
Gerda’s conversatie met een andere badpakmevrouw was niet te negeren geweest.

“Nou inderdaad!” bulderde Harm, “Ik praat misschien luid, maar jouw stem is nogal…..”
“Hoog!” vulde Gerda snel aan.

Ze had gelijk, zelfkennis is leuk , maar het hoeft niet ingewreven te worden door een ander hè.
En zeker niet door Harm.

Anyway, ik stond te grinniken in m’n kleine hokje .
De microwereld die zwembad heet, best leuk om daar in te duiken.

Automaatje

Dit is mijn automaatje.  Ze vergezelt me op elke rit.

Of hij.

Met slakken weet je het nooit, maar ik hou het op een vooral vrouwelijke variant. Zo’n daredevil, zo klein als ze is, dat moet wel een gevalletje girlpower zijn.

slak

Een week of twee geleden zag ik haar zitten, rechts naast me maar dan op de voorruit. De wijsvinger en pink stoer in de lucht.  Gillend –ik dacht eerst dat ik mijn V-snaar hoorde- van plezier.

Nu zit ze er nog steeds.  Inmiddels pontificaal voor m’n neus. Gelukkig is het mooi weer en het zicht voldoende. De wipwasser hoeft niet in stelling gebracht.

Daar moet ik dubbel aan denken; qua niet te ondernemen actie en in m’n hoofd, want daar poppen nare beelden op.

Stel dat ik vergeet dat ik niet mag wipwasseren. Dan swiept mijn maatje zo de wijde wereld in. Of erger. Ze transformeert tot waas op mijn voorruit.

Quelle horreur.

Het heeft me nog niet uit mijn slaap gehouden, dit doemscenario, maar dat duurt niet lang  meer.

Misschien moeten we even een goed gesprekje hebben, het powervrouwtje en ik. Of is dat flauw en zal ik for the time being een andere auto kopen. Wat al niet kan. Je moet wat over hebben voor een goede autoband. Maar dan anders.

Nouja, je  snapt het wel.