Verwarring

Er was in het midden van het land een evenementje en daar ging ik samen met iemand naar toe.

Het gebeuren vond plaats in een faciliteit met multi-mogelijkheden.
Je kon er deze keer allemaal dingen bekijken.
Dat deden wij dan ook uitgebreid en in alle rust.

Tot zover niets bijzonders.

Na de toch wel enorme aanslag op onze zintuigen, kregen mijn metgezel en ik zin aan koffie en iets lekkers.

Zo geschiedde.

We togen naar de koffiecorner en bestelden twee taartjes, een kop koffie en een cappuccino.

De persoon die ons hielp, een alleraardigst wezen, vergat eerst wat voor taartje we gekozen hadden, daarna wat voor koffie er ook alweer moest komen en vervolgens  was er iets met het afrekengebeuren.

Dat laatste kreeg ik maar half half mee, dus dat kan aan mijn metgezel gelegen hebben.

Ik had inmiddels een tafeltje opgezocht en grijnsde tegen een ander lid van de bediening, die even pauze hield en een aan de stamtafel genoot van een kopje thee.

Mijn grijns zei – tjonge, dat loopt daar niet helemaal soepel achter de bar met uw collega.
Ze had aan weinig genoeg en antwoordde ietwat terechtwijzend: “Mijn collega heeft geen korte termijn geheugen.”

“Aha,” riep ik zo neutraal mogelijk, “dat verklaart een hoop.”

Bleek het etablissement gerund te worden door mensen die in een re-integratie traject zaten.

Los van het feit dat dergelijke initiatieven fantastisch zijn…

Ik raakte er toch wat van in verwarring.

Huisjedebuisje

Als ik ook maar even een vinger krijg, neem ik de hele hand.

Vooral als het om huisjes gaat, kleine huisjes, waarin je je kont niet kunt keren.

Deze maal is kleinkind Kabouter de klos. Hij moest een nieuw bed.

Laat dat maar aan mij over, riep ik snel. Je begrijpt het al, een uitgelezen kans om weer eens wat te timmeren, een huisje bijvoorbeeld. Lag ook aan de nis in het kamertje hoor, die vroeg er gewoon om en dan kun je echt niet weigeren.

Het werd dus een bescheiden optrekje en wel met twee bedden. Eén voor de kabouter en één voor een logé, of gewoon om lekker op te spelen. Het kabouterbed is hoog en het andere bedje laag. Er mist binnen nog een stukje bed ombouw, wat niet nader te omschrijven latjes, een flinke boekenplank en een veilig stroomvoorziening. De zijkant blijft een beetje open, bedoeld als (extra) kijkgaatje voor de zorgzame ouder.

Het dak krijgt nog een verfje en mij leek een vogelhuisje op de muur ook wel geslaagd, dit alles onder het motto: Das pas klein!

huisje

Playmobil

Ik kom om in de Playmobil.

Beetje mijn eigen schuld  trouwens.

Rondspeurend om te voorzien in het vermaak van de kleinkinderen, kocht ik links en rechts hele kuddes van het plastic spul, rond thema’s als het vliegveld, het ziekenhuis, de boerderij, kamperen en weet ik veel wat niet meer, op marktplaats.

“Overdrijf je niet een beetje?” vroeg Muisman voorzichtig.

Nou, dat leek mij toen een ontzettend overdreven vraag, maar inmiddels niet meer.

Ik zit hier namelijk al dagen te spelen, herstel te ploeteren om alle losse playdingetjes weer tot één geheel te maken.

Je moet weten, elke thema wordt tot in detail uitgewerkt en is volledig uit elkaar te halen. Laat dat laatste nou op de een of andere manier de favo bezigheid te zijn van mijn nageslacht. Een demontagebedrijf is er niks bij.  Wat overbleef was een grote wasmand met Playmobilzooi.

Vooropgesteld, mijn kleinkinderen treft natuurlijk geen blaam.

Het is de schuld van de producent!

Waarom wordt een thema zo absurd ver uitgewerkt zou ik willen vragen.

Zoek zelf die inieminie kopjes, bordjes, lepeltjes, vorkjes, mesjes, servetjes, fruitjes, kurkentrekkertjes, bakblikjes, ovenwantjes, diertjes, bloemblaadjes, stofzuigerslangetjes,  brandblussertjes, koffertjes met inhoud, koffertjes zonder inhoud, pollepeltjes, boekjes, kledingstukjes, kapsels, tandenborsteltjes, hoofdverbandjes, spalkjes, stethoscoopjes, accuutjes, auto-onderdelen, gereedschapjes en duizend en één andere onderdeeltjes bij elkaar zou ik willen zeggen, dan ontwerp je in het vervolg wel iets anders.

Momenteel probeer ik een appelboom te reconstrueren.

Bizar die hoeveelheid takken en bladeren. Laten we de container losse gifgroene appeltjes nog buiten beschouwing.

Denk dat ik er een struik van maak.

Hai.

Krijg er hoofdpijn van.

Is er een dokter in de zaal?

playmobil

Gepeperde zaken

Gedane zaken nemen geen keer en gepeperde ook niet.

Eenmaal de weg ingeslagen moet je hem helemaal uitlopen.

Dus na zaaien en het hele groeiproces, komt de oogst.

Na het oogsten volgt invriezen of drogen, in de olie zetten of malen, opeten en weggeven.

Daarna wordt de overgebleven oogst van het jaar daarvoor op tafel gezet om te worden verwerkt tot sambal.

En dan ben je er.

Pffff.

Op de foto:

oogsten en rechtsonder de opbrengst van dit jaar.

Midden onder het ingevroren restant van vorig jaar.

Rechts de sambal.

pepers-2016

Hatzhéderaaahh!

Als je het nou hebt over een doorzettertje dan is dat wel de klimop, overigens één van mijn favo tuinbewoners.

Dat zit zo.

Het plantje denkt in mogelijkheden. Wat als ik hier nou eens groei of daar m’n tentakels uitsla….. En voordat iemand van de Hedera-posse, want zo heten die dingen ook, een mening heeft kunnen formuleren, wordt de gedachte in daad omgezet. Dat resulteert in veel, ver en hoog.

Is dat erg?

Neu.

Een klimop is ijzersterk.

Waar je een halt toeroept, wordt geluisterd en vindt koerswijziging plaats.

Heerlijk toch.

Vandaag heb ik heel veel slierten van de grond geraapt en herleid naar een betere plek. Onduidelijke aanhangsels knipte ik af.  Ze werden er niet anders van, of wel eigenlijk, maar je snapt het vast. Op een anderhalve gnieperd na trouwens, die doodstil liggend, een nietsvermoedend tuinvrouwtje liet struikelen.

Minpuntje.

Anyway, de klimop gaat dienen als groen jasje voor de takkenbossen waarin kleine knagers, vogels en aanverwante artikelen huizen. Die takkenbossen heb ik gemaakt tussen de voeten van onze Russische vrienden uit de Kaukasus, een lauriersoort die het bij ons enorm naar de zin heeft. Ze groeien de hemel in. Onder werden ze een beetje  kaal, dat gaf mogelijkheden voor wat kunstmatig aangelegd struikgewas van allerlei snoeimateriaal. Opgesteld in een halve ronding vormen de Kaukanezers een soort koepel over de vijver.

Zei ik vijver? Ah, nou die is nog onder constructie. Komt later wel. Hier dus de achterkant van het gebeuren. Het geheel ziet er nu nog rommelig uit, maar mind you, als we een half jaartje verder zijn staan al die bladneuzen weer dezelfde kant op. Hatzhéderaaaah!

klim-op

Speelhuis

Het was een buitendag met uitersten. Stralende zon en stralende regen. Dat is heel goed te doen, mits je op het juiste moment de pauzes weet te pakken.

Toch is het net als met mensen die kamperen en het weer is maar zozo. Thuis zit je de ongelukkigen te be-ach-en-wee-klagen. De lijdende voorwerpen zelf, hebben het met wat praktische aanpassingen links en rechts, vaak prima naar de zin.

Zo verging het de hapsnavels en mij ook vandaag. We scharrelden door de tuin dat het een lieve lust was.

De kippen ook even. Dat kwam omdat hun hekje was open gewaaid, maar dit terzijde.

We verzamelden vrolijk gekleurde bladeren met een hark ( wij waren vrolijk en de bladeren oogden vrolijk) en daarbij nog een halve emmer walnoten ook.

Toen werd het tijd voor :

Het dak van het speelhuisje

Jaja.

hutje

Ooit stond hier een plat hokje voor de opslag van bouwmateriaal, maar het ding dreigde in te storten.

Toen leek het me een paar maand geleden leuk om met wat restmateriaal een soort van huisje te timmeren.  Zo geschiedde, maar ik bleef steken bij een half af dak.

De kleinkinderen die regelmatig in het optrekje spelen kon dat niet deren.

Mij inmiddels wel.

Een oud spreekwoord luidt, wie iets af wil hebben, moet er even werk van maken.

Vandaag was het moment daar.

Ondanks de regen bleef het onder de bomen best lang droog.

Handig.

Kon ik de bovenverdieping ook nog ff wat afschermen en voorzien van een trappetje.

Nou moet ik trouwens ineens denken aan dat liedje – ik had een hutje in het bos in een heel diep bos lalalalala, van Jaap Fischer.

Wie?

Tssss, laat maar.

Over flats en kuilen

Onze Sam is eigenlijk een Duitse Herder (of zei ik dat al eens? Nou, het zal).

Hij zit zelf nog in de ontkennende fase en weigert z’n witte jas uit te doen, maar wij denken er het onze van.  Geen wolf in schaapskleren, maar een Duitser vermomd als Canadees. Wat wij ons brommen.

Hoe we komen op deze aanname?

Wel, het beestje kan geen berg zand tegenkomen of er moet een kuil gegraven worden. En niet voor een ander mind you, Sam  gaat er zelf breed in liggen. Soms maakt hij zich er wat gemakkelijk van af, doet twee halen met zijn poot en ploft neer.

Uhuh.

Dat is vermoedelijk om ons in verwarring te brengen. Zouden we het ons toch verbeelden?  Dacht het niet.

sam-zand

Anyway, vandaag kwam er een zandbergje vrij omdat ik de groenteflat heb leeggeschept.

De groenteflat?

Ja, een ijzeren frame gevuld met grond om op diverse hoogtes  groente te kunnen telen. Het ding was leuk, maar zoals met alles, op een gegeven moment wil je wel weer eens wat anders.

Onverstandig, want er zitten heel wat zandkorrels in zo’n ding en die bewogen zich niet vanzelf naar een ander stuk tuin. Er kwam een boel geschep, gehijg, geklim en gedoe met emmertjes en kruiwagens aan te pas.

Maar toen hadden we ook wat, Sam en ik

Of eigenlijk had ik niks meer, want de flat was leeg en verplaatsbaar

HOERA!

En Sam genoot van z’n berg.

HURRA!