Seniel

Er kwam een enorme rookwolk aangereden.

Tussen de flarden door herkende ik een duistergeel gekleurde Trabant met daarin een knalroodhennaharige mevrouw.

Ik dacht terug aan het Trabantje van mijn ouders. Het plastic geval had een vaalrode zuurtjeskleur waarvan er toentertijd veel van de lopende (tra)band rolden.

Mijn ouders waren van het type; maakt niet uit waar je in zit, als het voertuig je maar van A naar B brengt.

Dat is een mooi standpunt wanneer je al wat ouder bent en de nodige levenservaring c.q. wijsheid bezit. Ze mixten dit idee met de hun van huis uit meegegeven spaarzaamheid en ja hoor, daar was ie, de Oostblokauto waar menigeen zijn neus voor ophaalde,

Ik was destijds twaalf en enkel nog van het type, opvallen liever niet, maar zeker niet achterin de Trabant van ouders.

Quelle horreur.

Zelf rijd ik nu, inmiddels stukken ouder en wijzer, ook onder een zelfde soort motto als mijn voorgeslacht. Een beetje gemodificeerd, dat wel.

Strekking: Je moet ermee van A naar B kunnen komen, maar liever ook weer niet al te lullig.

Gestuurd door een littekentje, dat snap je wel.

Het streepje jeukte ietwat, door ’t duistergele voorbij walmende specimen.

Merkwaardigerwijs vond ik het nu een leuk karretje, ik kon me zelfs wel voorstellen dat ik erin rond zou tuffen.

Het moet niet gekker.

Mogelijk dient de seniliteit zich aan.

trabant

rip foto