Niet meer en niet minder

Hoe ze dat doet is me een raadsel, grijns ik tegen Muisman en werk me omhoog van de bank als een stramme bejaarde van een jaartje of 200. Op het televisiescherm is te zien hoe inspecteur Sarah Lund na een flinke optater gewoon doorgaat met haar werk of er niks aan het handje is.

Pfff, kom ik aan met m’n getrut en getreuzel. Toch voel ik me goed na de intensieve periode die bijna een week geleden begon met een opname in het UMCG.

Daags voor de operatie trok ik me terug op mijn stellingen. De volgende ochtend om acht uur stond ik ingepland. Ik keek voor het slapen gaan nog één keer goed in de badkamerspiegel. Er stond een half blote mevrouw. Ze oogde een beetje zorgelijk, maar dat zag je alleen als je haar goed kende. Ze streelde even over haar rechterborst. Toen keek ze me aan en zei; “gewoon laten gebeuren joh, ik zie je morgen, overmorgen en nog heel veel dagen daarna, ok?” Ik glimlachte. We begrepen elkaar. Eenmaal in bed werd het stil in mij en niet veel later kwam de slaap.

De volgende dag werd ik een soort plein opgereden vol met medische apparatuur en groene mensen getooid met handschoenen, hoedjes en mondkapjes. Zelf had ik voor de gelegenheid een kek blauw jasje aangetrokken en ook een hoedje opgezet.

Er stond een groep medische studenten en een team dat tijdens de operatie foto’s van de wond ging maken ten behoeven van een wetenschappelijk onderzoek. En natuurlijk waren er de benodigde medici van de afdelingen chirurgie, anesthesie en plastische chirurgie. Kortom, het was gezellig druk.

Alle handelingen werd rustig benoemd en uitgelegd. “Ik ga goed voor je zorgen,” zei de anesthesist die het laatste woord kreeg, met een uiterst charmant Slavisch accent. Ik geloofde hem onvoorwaardelijk. Rustig ademhalend in een zuurstofmasker, verliet ik het pand.

“Ga nog maar even slapen, je bent er net.” zei de verpleegkundige van de uitslaapkamer. “Nee hoor,” mompelde ik. “Laat me maar lekker wat rondkijken.” Ik voelde voorzichtig onder mijn rechter oksel. Zou ik ze nog hebben, de lymfeklieren? Het leek er wel op eigenlijk. “Zitten ze er nog?” vroeg ik aan de eerste de beste die het kon weten. Het bevestigende knikje maakte me intens gelukkig.

Ik ben weer thuis.

En ik ben ook een prinses, niet zo’n piepjonge misschien, maar toch. Prins Muisman verwent me met lekkere hapjes. De brievenbus kleppert, de telefoon doet blieb, ik krijg lieve aandacht van mijn dierbaren. Muisman mag thuiswerken, dus ik ben niet alleen. ‘s Avonds kijken we films en spannende series. Elke dag gaat het iets beter. We staan binnenkort voor een nieuwe hobbel, het vervolgtraject. Maar dat komt volgende week wel. Ik ben er niet echt mee bezig.

“Zet het beeld even still, roep ik naar Muisman. “Volgens mij heeft Lund zo de killer te pakken en dat wil ik niet missen.” En slof op m’n gemak de kamer uit. Niet meer en niet minder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *