De één z’n afval is de ander z’n…

Met afgrijzen keek ik naar de bouwvakkers die, op het adres waar ik verbleef, met – laten we het project Z noemen – bezig waren. Het was vrijdag, de klok sloeg bijna vier, het weekend stond voor de deur en er werd flink opgeruimd. Knallend belandde er allerlei bouwmateriaal in een grote open container. De bak was nagenoeg tot de rand gevuld met zooi, maar ook met de meest prachtige stukken hout.

Ik kon er eigenlijk met mijn verstand niet bij, zouden al die mooie balkjes zomaar afgevoerd worden naar de stort? Kreunend of kwijlend, dat ben ik even vergeten, dacht ik aan mijn eigen project – we noemen het K(eetje) – en stapte naar buiten.

“Gaat dit allemaal weggegooid worden?” vroeg ik aan een bouwman en wees naar een container.

Hij knikte bevestigend.

“Mag ik er wat uithalen dan,” ging ik dapper verder, “er zit nog zulk mooi spul tussen.”

“Moet je snel zijn,” was zijn droge antwoord, “straks gaat het zeil er over.”

Nou is snel my middle name, Mama Snel Muis, dus dat hoefde hij geen twee keer te zeggen.

Even later reed ik, met mijn uitlaat slepend over de grond, huiswaarts.

WAt een feest!

houtjes1

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *