Tijd heelt niet alles

Ze nam kleine hapjes.

“Ik ben naar Berlijn geweest”, vertelde ik, tegenover haar gezeten aan het kleine eetkamertafeltje dat zo oud was als haar eerste huwelijksdag. Start van een samenzijn dat bijna een mensenleven had geduurd, maar op een gegeven moment wreed werd verbroken. Nu zat ze alweer jaren alleen aan het eetmeubeltje, op een even oude, bijpassende meubelmakergemaakte stoel.

“Berlijn?” vroeg ze zonder enthousiasme, “Nooit geweest.”

“Niet echt uw ding hè, Berlijn. Teveel meegemaakt in de oorlog.”

“Nee, niks voor mij, Duitsland. Ik wilde er na die nare tijd niet meer naar toe. Soms moest je er wel doorheen, naar Denemarken bijvoorbeeld. Nou, dan namen we broodjes en drinken mee en we reden net zo lang door tot we er waren. We zijn nooit gestopt. Nodig plassen, geen optie.” Ze schudde haar hoofd. “Een mens kan ver gaan in zijn principes.”

“En nu dan? Zou u nu wel stoppen?”

“Neh,” zei ze resoluut, “ik zou er niet meer doorheen rijden.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *