Over flats en kuilen

Onze Sam is eigenlijk een Duitse Herder (of zei ik dat al eens? Nou, het zal).

Hij zit zelf nog in de ontkennende fase en weigert z’n witte jas uit te doen, maar wij denken er het onze van.  Geen wolf in schaapskleren, maar een Duitser vermomd als Canadees. Wat wij ons brommen.

Hoe we komen op deze aanname?

Wel, het beestje kan geen berg zand tegenkomen of er moet een kuil gegraven worden. En niet voor een ander mind you, Sam  gaat er zelf breed in liggen. Soms maakt hij zich er wat gemakkelijk van af, doet twee halen met zijn poot en ploft neer.

Uhuh.

Dat is vermoedelijk om ons in verwarring te brengen. Zouden we het ons toch verbeelden?  Dacht het niet.

sam-zand

Anyway, vandaag kwam er een zandbergje vrij omdat ik de groenteflat heb leeggeschept.

De groenteflat?

Ja, een ijzeren frame gevuld met grond om op diverse hoogtes  groente te kunnen telen. Het ding was leuk, maar zoals met alles, op een gegeven moment wil je wel weer eens wat anders.

Onverstandig, want er zitten heel wat zandkorrels in zo’n ding en die bewogen zich niet vanzelf naar een ander stuk tuin. Er kwam een boel geschep, gehijg, geklim en gedoe met emmertjes en kruiwagens aan te pas.

Maar toen hadden we ook wat, Sam en ik

Of eigenlijk had ik niks meer, want de flat was leeg en verplaatsbaar

HOERA!

En Sam genoot van z’n berg.

HURRA!

Opleuken

We hebben wat achterstallig onderhoud aan het huis.

Kozijntjes die iets meer aandacht nodig hebben dan normaal gesproken. Een plekje in het hout dat meer meegeeft dan je gewend bent. Je kent het wel.

Niet?

Houden zo.

We zijn hier van de club van realisten.

Als je de tijd van het jaar met bijbehorend weertype, hoeveelheid daglicht en nog wat variabelen bij elkaar optelt krijg je als uitkomst; niet meer aan beginnen.

Daarom schermden we de kozijnen af en wachten op het nieuwe jaar, iets met frisse moed enzo.

Voor het kozijn van de slaapkamer zit nu een zwarte plaat. Niet erg, want slapen in het donker is één van mijn favo bezigheden. Aan de buitenkant leek het echter wel een beetje saai.

Daar heb ik het volgende op gevonden. Gewoon voor de pretentieloze leuk. Net echt en heel gezellig. Dat vond Lotus ook, die kwam er tijdens het kwasten ff bij zitten… op het plankje met verf.

Hij is fijn.  Nou heeft ze een oranje staart.

raamschilderen

Nu maar hopen dat het niet gaat regenen vannacht….

Winterdicht, katproof

Kaatje had een bezoeker , een harige nog wel en niemand die mij dat dan even laat weten hè.

Misschien wordt het tijd voor een burgerwacht.

Alsof de deur niet uitnodigende tot logeergedrag, mevrouw de keetmaker.

Ai, daar heeft u (of is het hebt? twijfel, twijfel) een punt!

kaatje-deuren-dicht

Er ontbraken nogal wat raampjes en die kunnen er ook nog lang niet in, want ik zag dat er wat werking in de verbindingen van de deuren zit, dus die dingen moeten er tzt weer uit, na de winter ofzo. Daarom eerst maar een noodmaatregel. Lekker makkelijk met stukjes isolatie. Krijg ik het binnen tenminste ook aangenaam warm.

Hahaaaah, Boris!!  -zo hebben we hem of haar genoemd wegens de boeventronie, Boris Boef, wie kent um niet-  dààr heb je niet van terug hè!

Het beestje lag pontificaal op Kaatjes bed. Gelukkig wist de boef dat er nog geen wc-tje in zat, dus meer dan wat haren op een kussen vond ik niet.

Nou moet je niet denken dat ie zielig is hoor. Boris is niet voor één gat te vangen.

Letterlijk niet, bedoel ik.

Hij wringt zich ’s nachts altijd door ons kattenluik en gaat dan in een poezenmand liggen knorren. Dat vindt Boris de normaalste zaak van de wereld.  Tis geen zwervertje trouwens, daarvoor heeft ie veel te veel vlees op de botjes. We denken dat zijn eigenaar hem ’s avonds de deur uit zet en zegt; “red je maar!”

Nou dat doet ie dus wel zoals je begrijpt.

PING! als in omdenken

Gisteren reed ik langs de wonderschone stad Groningen waar men al sinds enige tijd doende is de rondweg rondom deze metropool te verfraaien en vooral vloeiend te maken, als in weinig stoplichten en vooral doorgaan, altijd maar doorgaan.

Hulde!

Momenteel ligt het accent op de afwerking van één en ander, waaronder het aanbrengen van scheidingsmuurtjes ter uhhh afscheiding.

Hoe dan ook.

Ik bekeek dat eens even, tijd genoeg als bijrijder en mijn oog viel op de lollige metalen frames die opgevuld gingen worden met steentjes.

Kreeg ik me toch een  PING- annex omdenkmomentje.

Hai

Moest ik snel even mee aan de slag.

Met de inzet van de herfst en het vallen van de bladeren komen ook de walnoten naar beneden. Muisman verzamelt ze elk jaar trouw, stopt de buit in doosjes en bakjes en daarna belandt de hele handel op de verwarming, zodat de boomvruchtjes kunnen drogen.  Een wankel gebeuren,  dat moest toch anders kunnen dacht ik jaar na jaar, na jaar……

Ping!!

Metalen frames, steentjes………   Zie je het voor je?

noten

Ik verzamelde wat restjes gaas, een buisje en ijzerdraad en knutselde een langwerpige smalle bak die aan de verwarming kon hangen.

Nootjes erin, klaar en drogen maar.

En nou het mooiste!

Er kan nog meer bij (lalalalala)

Jouw beurt Muisman!

Die mevrouw met de zeis toch, gewoon omdat het kon

De man met de hamer is er eentje, maar de vrouw met de zeis mag er ook wezen hoor.

mevrouw-met-zeis

Met het einde van de zomer kwam een grote ergernis in zicht, het hekkelen (lees; ontdoen van bodembedekking in de sloot en de walkanten schonen).  Een jaarlijks terugkerende gruwel annex vooruitschuifproject. Het moet gezegd, schuifbaar is het. Tot in januari, wij weten er alles van, maar dan ben je wel 2 brand/dreigbrieven van het waterschap verder.

Dergelijke brieven maakten nooit indruk, een opmerking die iemand laatst  maakte, wie weet ik niet meer, wel.

“Als je zo laat gaat hekkelen verstoor je de winterrust van de dieren in de sloot.”

Hai, daar stond ik met mijn goeie uhm slechte gedrag.

Tijd voor verandering.

Met een prachtig nieuw aangeschaft stukje gereedschap dook ik onze (droge) sloot in en handzeisde alles wat vast zat los, met mooie halen, mind you, zeisen is eigenlijk een soort tai chi zou ik willen zeggen.

Klinkt gevaarlijk hè

Valt mee, als je maar uit de buurt van je scheenbenen en enkels blijft.

Anyway.

Nu stel ik mij voor.

De man van het waterschap gaat over een paar weken na een k*tdag op kantoor nog even voor een inspectie langs het huisadres van de familie Muis. Meer voor de vorm, want de brief waarin staat dat er achterstand geconstateerd is staat al klaar in de pc.

Hij stopt en overziet de 30 à 40 meter lange sloot, volledig ontdaan van onrechtmatigheden. De man krabt op zijn hoofd, totaal ongeloof op het gezicht. Kàn het niet bevatten. Wat is deze sloot geweldig gehekkeld echt vakwerk, zoiets zie je zelden. Even aarzelt hij, is dit werkelijk het adres van de familie Muis? Ja echt.

Breed glimlachend racet de man naar huis, stormt vol adrenaline de keuken binnen en gooit zijn vrouw op de keukentafel, scheu.… herstel, loopt de keuken binnen, kust zijn vrouw in haar nek en knuffelt haar even. Zij, blij met het goede humeur van haar man, offreert een koud biertje.

Wat een feest.

En de slootdieren kunnen ook rustig gaan winterslapen.

En dat allemaal door de mevrouw met de zeis, helemaal zonder de man met de hamer, gewoon omdat het kon.

Bijeffect

Het is soms lastig om je in een ander te verplaatsen*.

De Tinnen man uit de Wizard of Oz vond ik bijvoorbeeld een enorme zeikerd met z’n geneuzel om olie en angst voor water. Hoezo stijf en stram en au en janken, toe ff, wees niet zo’n watje.

Je begrijpt, inmiddels heeft deze filmfiguur mijn volledige begrip en sympathie.

Nadat ik ergens in 2015 een hormoononderdrukkende pil voorgeschreven kreeg (tamoxifen) omdat de tumorsoort die ik ooit onderdak bood, wel pap van hormonen lustte, veranderde mijn gestel langzaam maar zeker in een niet scharnierend stijf geval met au en kneus en blessure en moe.

Gelukkig vond de oncoloog dat kwaliteit van leven heel belangrijk was voor een mens en kreeg ik een ander midel. Anastrozol, zelfde effect, andere route.

Nu na een maand of vier heb ik eindelijk het idee dat ik mijn leven terug krijg. Steeds soepeler, steeds minder blessures, lekker sporten, minder moe en hoeraaaahhhh, steeds meer zin en tijd voor klussen in en om het huis. Zelfs m’n keetjes doemen al ergens op aan de horizon.

Gebleven is de weerzin om naar een winkel te gaan.

Hoezo, heeft dat iets met het bovenstaande te maken dan?

Neu, maar het was toch handig als daar een pil voor was , eej.

Anyway, al klussend heb je wel eens wat nodig.

Zoals iets om de deur van een kas te sluiten en een handgreepje.

Nou, daar hebben we het volgende op gevonden.

(zie foto)

Lenige geest vind je ook niet?

Goh hé,  zou dat soms een bijeffect zijn…

kasdeur

*even serieus, er is niks mis met mijn empathisch vermogen, voor iedereen die met zijn lijf niet uit de voeten kan op lichamelijk of geestelijk vlak,  is dagelijks functioneren en optimistisch blijven een vorm van topsport.

Kikkertrigger

De wind woeide een heerlijke waai en vol energie haalde ik de heggenschaar voor het licht.

Zoveel turbulentie rond en in mijn hoofd vroeg om harde actie als in weg met die sprieten. De uit hun krachten gegroeide mini-heggetjes moesten weer het formaat krijgen waar ze voor waren ingehuurd, een lage afscheiding vormen rond het moestuintje.

Al heggescharend sprongen er links en rechts kikkers weg. Oppassen geblazen dus.

kikker

Nou moet mij even iets van het hart. Springende kikkertjes triggeren bij mij een klein jeugdtrauma.

Echt?

Ja echt.

Daar liep ik als laten we zeggen 9 jarige, met mijn mooie gele zomerjurk op een fijne zonovergoten dag. Aan de voetjes houten, ik meen dat we ze kleppers noemden, de slippers met een leerachtig prachtig rood bandje over de voorvoet.

Vanuit mijn ooghoek zag ik een heel klein kikkertje voorbij springen en één pas later wist ik voor de rest van mijn leven hoe het voelde om een levend beestje te verpletteren tussen hiel en houten zool.

De schrik, het gevoel van ongeluk. Quelle horreur.

Over narigheid gesproken. De keer dat ik balancerend langs een weiland m’n evenwicht dreigde te verliezen en in een reflex tot zelfbehoud met beide handen het schokdraad vastpakte.

Hai

En o ja, toen ik het snoer van de heggeschaar doorzaagde. Dat was ook zoiets verschrikkelijks.

Nee nou overdrijf ik.

Dat was meer van *zet een Goofy stem op en zegt -huhhh wat raar, de zaag doet het niet meer- waarna mijn oog op de twee helften snoer viel. Nog nooit zo snel naar een stopcontact gerend.

Anyway, de heggetjes zijn weer wat ze wezen moeten en alle kikkers zijn nog heel. Het snoer ook trouwens, iets met ezel en steen.

So you know.

Voor Ronald

Gisteren verloren we een voor ons dierbaar mens.

ronald

Zijn tijd was zomaar op.

Toen we op zoek waren naar iemand die voor onze honden kon zorgen omdat ik kanker bleek te hebben en daar een intensief behandeltraject aan vast zat, vonden we Ronald. Trotse bezitter van uitlaatservice  Husoet of korter Oet.

Ronald bleek een beer van een vent. Groot en sterk maar ook aaibaar, want onder zijn berenvel school een enorm hart voor dieren en mensen. Hij was zacht van aard, rustig en betrokken. Humor deed zijn ogen glinsteren en zorgzaamheid was zijn middle name.

Of het nu de hapsnavels betrof, of onze katten, de kippen óf Muisman en mij…. niets was ooit teveel gevraagd. De keren dat iets niet ad hoc  te regelen bleek – omdat ik het net even anders wilde dan gepland of weer eens een wandelmoment vergeten was aan te vragen – zijn met een aantal vingers over- op één hand  te tellen.

Met al zijn zachtheid was Ronald geen doetje. Hij voer een eigen koers bewust en met wilskracht om z’n eigen bedrijf op poten te zetten. Zelf eens een minder dagje of gewoon ziek? Het was voor hem geen reden om af te bellen. We kregen altijd een appje dat de wandeling met de honden erop zat en hoe het gegaan was. ’s Avonds liet hij een buitenlampje aan voor de thuiskomende mens.

Complimenten werden lachend weggewuifd met een “Joh, dat is toch niet meer dan normaal” en natuurlijk uitgesproken met dat mooie spoortje -zeg maar spoor- Haags in zijn stem.

Kleine attenties, bijvoorbeeld voor kerst of voor de  kleinkinderen die bij ons aan het logeren waren, gaf hij altijd op een wat stoere manier.  “Das nou echt Lammy hoor,” zei hij dan met een schuchtere grijns. Lammy, zijn vrouw en maatje, hoe kon het anders, ook al zo’n warm lief mens.  Zelf iets aannemen? Vooruit dan maar, maar het moest allemaal echt niet gekkâh.

We hebben vaak gezegd tegen elkaar. Hoe deden we dat vroeger nou zonder Ronald. We wisten het niet.

Gisteren verloren we een voor ons dierbaar mens.

Hij was onze steun en toeverlaat in ooit barre en inmiddels voor ons betere  tijden.

Ik wil niet dat hij weg is, ik wil dat hij zaterdag de deur weer binnenstapt zoals we dat afgesproken hadden. Ik wil een appje dat alles goed is. Het zal niet zo zijn.

Het is oet.

We kunnen er met ons verstand niet bij. Zo’n fijn blij mens.

Op momenten als dit hoop ik ook dat er meer is tussen hemel en aarde, want dan wil ik dat hij dit leest en stoerig roept “Joh, het was allemaal toch niet meer dan normaal” .

Zal best jongen, maar voor ons was het goud, puur goud.

Rust zacht lieverd.

Wasstraat

Ik denk dat ik vandaag voor de derde keer in mijn leven door een wasstraat ging en voor de eerste keer allenig.

Je moet je dat voorstellen als zwaar grensoverschrijdend gedrag van mijn kant. Byebye comfort zone, hallo grote enge wereld daarbuiten, of zal ik zeggen daarbinnen.

Het begon al met een enorm dilemma. Kun je zo’n groot gapend gat gewoon inrijden of moest je eerst een kaartje kopen?

Maar even vragen dan.

Ah, behandeling kiezen: Wassen – watergolven – plus, plusplus of plusplusplus de luxe… hai moest ik nog nadenken ook!

Dan een kaartje kopen in de toko.

Vervolgens achter aansluiten met je karretje.

Dat kon ik wel.

Tiktiktik, de wasstraatman timmerde op mijn autoraampje.

“Ja?”

“Weet u zeker dat u dit wilt? Mogelijk valt de bumper er af.”

WTF! Ja het ding zat ietsje los, maar waarom meteen het ergste vrezen.

“Zal toch wel wat meevallen?” vroeg ik en keek hem stoer aan.

Bluf, dat begrijp je.

“Vast wel”  was het antwoord. “ Ik houd het wel even in de gaten.”

Wat dat ook mocht betekenen. Eenmaal verzwolgen door de draaiende en boenende borstels hielp er vast geen moedertje lief meer aan.

De auto werd rondom schoongespoten, kreeg een hoesje om de ruitenwisser achter (en nog ergens ofzo) en toen moest ik doorrijden met m’n rechter wiel in een gootje, precies tot zover en niet verder. Tot de man zijn duim omhoog stak om precies te zijn. Missie geslaagd.

Motor aan laten, in z’n vrij, geen handrem en dan gewoon blijven ademhalen. Plakje cake zogezegd.

Zo geschiedde. Langzaam werd mijn autootje de onderwereld binnengerold.

Onder het geraas van de grote borstels en woeste water- en zeepstromen, dacht ik aan scenes uit series en films waarbij de wasstraatlocatie steevast leidde tot moord, verdwijning en witwasserij a la Breaking bad.

Gelukkig was er snel licht aan het eind van de tunnel en nadat een stoplicht van rood op groen sprong reed ik de veilige wereld weer in, MET BUMPER, mind you.

En nog een kilometer of wat met hoesjes links en rechts.

Hai, wat een amateur was ik toch.

Snel weghalen en doortuffen.

Niks aan de hand.

Vrouw van de wereld uhhh wasstraat.

wasstraat1