Hatzhéderaaahh!

Als je het nou hebt over een doorzettertje dan is dat wel de klimop, overigens één van mijn favo tuinbewoners.

Dat zit zo.

Het plantje denkt in mogelijkheden. Wat als ik hier nou eens groei of daar m’n tentakels uitsla….. En voordat iemand van de Hedera-posse, want zo heten die dingen ook, een mening heeft kunnen formuleren, wordt de gedachte in daad omgezet. Dat resulteert in veel, ver en hoog.

Is dat erg?

Neu.

Een klimop is ijzersterk.

Waar je een halt toeroept, wordt geluisterd en vindt koerswijziging plaats.

Heerlijk toch.

Vandaag heb ik heel veel slierten van de grond geraapt en herleid naar een betere plek. Onduidelijke aanhangsels knipte ik af.  Ze werden er niet anders van, of wel eigenlijk, maar je snapt het vast. Op een anderhalve gnieperd na trouwens, die doodstil liggend, een nietsvermoedend tuinvrouwtje liet struikelen.

Minpuntje.

Anyway, de klimop gaat dienen als groen jasje voor de takkenbossen waarin kleine knagers, vogels en aanverwante artikelen huizen. Die takkenbossen heb ik gemaakt tussen de voeten van onze Russische vrienden uit de Kaukasus, een lauriersoort die het bij ons enorm naar de zin heeft. Ze groeien de hemel in. Onder werden ze een beetje  kaal, dat gaf mogelijkheden voor wat kunstmatig aangelegd struikgewas van allerlei snoeimateriaal. Opgesteld in een halve ronding vormen de Kaukanezers een soort koepel over de vijver.

Zei ik vijver? Ah, nou die is nog onder constructie. Komt later wel. Hier dus de achterkant van het gebeuren. Het geheel ziet er nu nog rommelig uit, maar mind you, als we een half jaartje verder zijn staan al die bladneuzen weer dezelfde kant op. Hatzhéderaaaah!

klim-op

Die mevrouw met de zeis toch, gewoon omdat het kon

De man met de hamer is er eentje, maar de vrouw met de zeis mag er ook wezen hoor.

mevrouw-met-zeis

Met het einde van de zomer kwam een grote ergernis in zicht, het hekkelen (lees; ontdoen van bodembedekking in de sloot en de walkanten schonen).  Een jaarlijks terugkerende gruwel annex vooruitschuifproject. Het moet gezegd, schuifbaar is het. Tot in januari, wij weten er alles van, maar dan ben je wel 2 brand/dreigbrieven van het waterschap verder.

Dergelijke brieven maakten nooit indruk, een opmerking die iemand laatst  maakte, wie weet ik niet meer, wel.

“Als je zo laat gaat hekkelen verstoor je de winterrust van de dieren in de sloot.”

Hai, daar stond ik met mijn goeie uhm slechte gedrag.

Tijd voor verandering.

Met een prachtig nieuw aangeschaft stukje gereedschap dook ik onze (droge) sloot in en handzeisde alles wat vast zat los, met mooie halen, mind you, zeisen is eigenlijk een soort tai chi zou ik willen zeggen.

Klinkt gevaarlijk hè

Valt mee, als je maar uit de buurt van je scheenbenen en enkels blijft.

Anyway.

Nu stel ik mij voor.

De man van het waterschap gaat over een paar weken na een k*tdag op kantoor nog even voor een inspectie langs het huisadres van de familie Muis. Meer voor de vorm, want de brief waarin staat dat er achterstand geconstateerd is staat al klaar in de pc.

Hij stopt en overziet de 30 à 40 meter lange sloot, volledig ontdaan van onrechtmatigheden. De man krabt op zijn hoofd, totaal ongeloof op het gezicht. Kàn het niet bevatten. Wat is deze sloot geweldig gehekkeld echt vakwerk, zoiets zie je zelden. Even aarzelt hij, is dit werkelijk het adres van de familie Muis? Ja echt.

Breed glimlachend racet de man naar huis, stormt vol adrenaline de keuken binnen en gooit zijn vrouw op de keukentafel, scheu.… herstel, loopt de keuken binnen, kust zijn vrouw in haar nek en knuffelt haar even. Zij, blij met het goede humeur van haar man, offreert een koud biertje.

Wat een feest.

En de slootdieren kunnen ook rustig gaan winterslapen.

En dat allemaal door de mevrouw met de zeis, helemaal zonder de man met de hamer, gewoon omdat het kon.

Kikkertrigger

De wind woeide een heerlijke waai en vol energie haalde ik de heggenschaar voor het licht.

Zoveel turbulentie rond en in mijn hoofd vroeg om harde actie als in weg met die sprieten. De uit hun krachten gegroeide mini-heggetjes moesten weer het formaat krijgen waar ze voor waren ingehuurd, een lage afscheiding vormen rond het moestuintje.

Al heggescharend sprongen er links en rechts kikkers weg. Oppassen geblazen dus.

kikker

Nou moet mij even iets van het hart. Springende kikkertjes triggeren bij mij een klein jeugdtrauma.

Echt?

Ja echt.

Daar liep ik als laten we zeggen 9 jarige, met mijn mooie gele zomerjurk op een fijne zonovergoten dag. Aan de voetjes houten, ik meen dat we ze kleppers noemden, de slippers met een leerachtig prachtig rood bandje over de voorvoet.

Vanuit mijn ooghoek zag ik een heel klein kikkertje voorbij springen en één pas later wist ik voor de rest van mijn leven hoe het voelde om een levend beestje te verpletteren tussen hiel en houten zool.

De schrik, het gevoel van ongeluk. Quelle horreur.

Over narigheid gesproken. De keer dat ik balancerend langs een weiland m’n evenwicht dreigde te verliezen en in een reflex tot zelfbehoud met beide handen het schokdraad vastpakte.

Hai

En o ja, toen ik het snoer van de heggeschaar doorzaagde. Dat was ook zoiets verschrikkelijks.

Nee nou overdrijf ik.

Dat was meer van *zet een Goofy stem op en zegt -huhhh wat raar, de zaag doet het niet meer- waarna mijn oog op de twee helften snoer viel. Nog nooit zo snel naar een stopcontact gerend.

Anyway, de heggetjes zijn weer wat ze wezen moeten en alle kikkers zijn nog heel. Het snoer ook trouwens, iets met ezel en steen.

So you know.

Energie

De zonnepanelen die Muisman samen met de zonnepanelenman op het dak schroefde, 12 stuks en oh oh oh wat doen ze het goed, deden mijn terug-naar-de-natuur-gevoel helemaal opleven.

Op naar het houthok dus, dat zwaar te lijden had onder de enorme expansiedrift van een klimop,  die over meer mogelijkheden beschikte dan zijn naam deed vermoeden.  De plant klom inderdaad, maar niet alleen op, ook tussendoor, overheen, omheen en onderdoor behoorde tot de mogelijkheden, waarbij het ding niet schuwde om kleine tentakeltjes uit te zetten in alles wat daar geschikt voor was. Deuren, muren, kartonnen dozen, aanmaakhoutjes, de stookblokken. Waar het zich niet aan vast kon hechten, bleek een wurgende draai de beste move. Ik zeg, zo’n plant is in te zetten als moordmachine.

Nadat ik de deur van het hok had ontzet,  knipte ik binnen een doorgang van voor naar achter. Op mijn pad kwamen 3 hoedenplanken tevoorschijn van reeds overleden auto’s. Wat kan ik zeggen, ik wissel vaker van vehikel dan van spijkerbroek.

Een grenen kastje van het soort waar ik al een tijdje naar op zoek was op marktplaats, stond sneu te vergaan in een hoekje. Uit de gapende deuropeningen wuifden klimoptakjes me uitdagend tegemoet. Gevalletje gemiste kans.

Behalve tuingereedschap dat ik inmiddels deels opnieuw had aangeschaft ,  lag er ook veel onduidelijke meuk waarvan ik me afvroeg waarom het niet meteen naar de stort gegaan was. Hoeveel zooi kan een mens hebben. Nou, heel veel, maar er wordt aan gewerkt.

Ondertussen werd de klimopstapel hoger en hoger. Had ik niet ergens gelezen dat je met de plant een uitstekend afwasmiddeltje kon maken? Nou, m’n natuurgevoel annex energiepeil was weer wat aan het zakken geslagen na al dat harde werken, dus die gedachte spoelde ik snel weg met een kopje koffie.

Anyway, de blokken voor de houtkachel kwamen uiteindelijk tevoorschijn en daar was het me om te doen geweest. Zonne-energie voor de stroom en de knapperend haardvuur als bijverwarming. Nou nog een windmolentje knutselen.

zonnepanelen

dag 1!

 

(V)ijver

Ooit hadden we een hele mooie vijver van een kuubje of tien.

……tot de dag aanbrak dat er een bal inviel en een niet nader te noemen individu met wit haar, vier poten en een hapsnavel -meer zeg ik echt niet- enthousiast een duik nam en nog erger, bruut haar nagels in de zijkant zette om er weer uit te klimmen. Het waterpeil zakte en zakte en het duurde niet lang of de vissen vonden dat ze als haringen in een tonnetje zaten en dat was ook zo.

Geen goede situatie. We kochten een prefab-vijver op Marktplaats in het kader van crisisopvang en zagen een en ander vervolgens een jaartje (of twee, daar wil ik af zijn) aan. Tot vandaag dan, toen de geest in mij nederdaalde.

vijver

Ik sprong de oude vijver in die inmiddels vol drab zat, sneed alle folie los en haalde het weg. Daarna schepte ik vele emmertjes water, gooide met modder en maakte vervolgens de rubberen ondergrond schoon.  Wat een klus zeg, al was het alleen al om te voorkomen dat er kippenkoppen rolden. De dames steunden, op zoek naar eetbare materie, mijn initiatief iets te van harte zeg maar.

In m’n rug prikten de verbijsterde blikken van mooie groene kikkers. Je hoorde ze denken, WTF, dit is het eind van de wereld, erger wordt het niet. Nou erger werd het wel, want niet veel later kwam er een kip langs hollen met een kikkerbil in zijn snavel. Aan die bil zaten de overige lichaamsdelen van de kikker. Het beestje gilde de longen uit zijn lijf.  Een-heel-naar-geluid. Maar goed, wat doe je er aan.

Na het schoonmaken bepaalde ik de nieuwe vijverlijn (het geheel wordt iets korter) en maakte van balken en rubber matten -die ergens uit een ver hoekje van de tuin moesten komen- een stevige rand. Mind you een work-out in the gym was er niks bij.  Nou is het wachten op de volgende stap, de aankoop van vijverfolie.

 

Doif en Houdini

Nog even de eitjes uit het hok verzamelen, dacht ik en koerste naar een afgezet stuk grasland in de tuin waar drie kipjes vrolijk tokten. Nummer vier was weer eens op reis.

De naam van deze ondernemende dame ga ik omdopen in  Houdini, de ontsnappingskunstenaar, want ze kan het wel. Als ik even niet oplet scharrelt Harriët zullen we dan maar zeggen, in de buurt van het huis waar ze de mevrouw vermoedt die de catering verzorgt en als ik buiten kom moet ik echt uitkijken waar ik loop, want zij doet het niet. Vandaag ook niet, maar dat kwam omdat ze een duif gespot had op het gras. Een vleugellamme kennelijk en het lopen ging ook niet jofel, want Duifje duikelde recht vooruit, pardoes op haar snavel.

Houdini hielp een handje. Ze pikte venijnig naar de indringster waarvan ze vermoedde dat het wel een concurrent zou zijn op culinair gebied. Man, man man, die kippen van mij. Ze zijn eigenlijk best onaardig te noemen. Verklaarbaar natuurlijk, maar toch. Het zijn net mensen, zet ze hutje bij mutje en er komt gelijk gelazer. Voor jezelf opkomen is de boodschap die ze meekrijgen in de eierindustrie en eenmaal gepensioneerd leren ze die gewoonte niet meer af.

Anyway, ik ving de duif, roofde de eieren, plantte de kip on the run terug in de ren, borg de eieren op in een doosje en zette de zielige duif in een kattenmandje. Toen werd het zoeken naar een vogelopvang. Nou… dat was lastig, want die instanties zijn steeds dunner gezaaid. Iets met centjes. Uiteindelijk bracht ik haar naar het dierenasiel waar de dierenambulance het beestje op zou pikken om naar een vogelopvang te brengen.

“Mag ik tien euro betalen voor kost en inwoning?” vroeg ik de medewerkster van het asiel die daar even heel hard over na moest denken. Zo’n vraag kregen ze niet vaak. Ze herstelde zich kranig en zei dat dat mocht. De vanzelfsprekendheid waarmee je verwacht dat een ander je probleem oplost koop ik graag af. Zo vanzelfsprekend is het namelijk helemaal niet en dat soort instanties lijdt vaak armoede.

Op de onderstaande foto (alle kipjes mogen even los) doet kip een kunst op het been van Muisman. Dit gebeurde nadat ze een keer of zes weg gezwiept was en dàt gebeurde weer nadat ze heel brutaal een aardappel uit m’n bordje stal. Hoezo rustig buitenleven. Om met Phil Esterhaus (Hill street blues, ja je bent 54 of je bent het niet) I’ts a jungle out there! Rechts zit duifje. Wel een mooie hè.

kip-en-duif

Kip of ei.

Hooooh, laten we, voor de orde van de dag alles overneemt en ons achterlaat met een oja, dat was ook zo, niet voorbij gaan aan het heugelijke nieuws van gisteren…. een ei.

We zullen nooit weten wie het voor ons legde, Kim, Cis, Emmylou of Polly, want we waren er niet bij, maar nadat de dames even in de peperkas gezet waren om daar eens even flink te tuinieren, lag er na een uurtje zomaar een ei in een versgegraven gat.  Puntgaaf, glad, mooi lichtroze-wit. Ik zeg, zelden zo’n mooi exemplaar gezien.

Wat we natuurlijk wel weten is wat er eerder was, de kip of het ei. Gelukkig maar, er is al zo weinig zeker in het leven. Wat trouwens ook nog voorbij kwam dit weekend was een geheel ander soort KIP in de vorm van een heuse caravan, retromodel 1981 en alleen gebruikt door een oud mevrouwtje. Alles nog zo gaaf als wat. Moedermuis is de trotse eigenaresse, want sinds ze in een appartementje woont mist ze het buitenleven.

We zetten wel een caravan in de tuin, riep ik en de rest is geschiedenis. Hier is Muisman de zaak aan het rechtzetten onder toeziend oog van de hapsnavels.

KIP-caravan

 

Ontwikkeling

En zo gaat je leven in vreugde voorbij, roept mijn moeder altijd en zij kan het weten want ze is al 85.

Ik verzucht inmiddels -net als zij- dat ik niet weet waar de tijd blijft, nu ik ben opgeschoven richting afzienbaar. Een gevoel wat ik als kind en jong mensch nooit had. Soms telde ik 100 bij mijn geboortejaar op en kwam dan ruim over de helft van de volgende eeuw terecht. Dat gaf me het idee dat ik onsterfelijk was, maar nu klinkt 2061 niet eens zo heel ver weg.

Ik las ergens in een interview met een schrijver dat het steeds-sneller-verstrijken-van-de-jarengevoel komt door stilstand in de eigen ontwikkeling. Zoiets. Niet dat je op latere leeftijd niks meer onderneemt, maar het lijkt toch niet op de duizelingwekkende veranderingen tussen je nulde en pak um beet .. ach vul dat ook zelf maar in. En daarom lijken de jaren steeds meer op elkaar, een herhaling van zetten.

Anyway, eigenlijk heb ik geen tijd voor dit geleuter, maar het regent nu. Ik wil verder in de tuin en heb ook al veel gedaan vandaag. Om het goed te maken met de familie klimplant aka Hedera (er wordt wat afgeroddeld in zo’n tuindorp, voor je het weet is je goodwill vertrokken met de noorderzon) kreeg de plant wat uitzicht. Groeide ze eerst de sloot in, mocht ze nu langs een hekwerk van takken de wereld eens van boven bekijken. Als dat geen ontwikkeling is.

hekje-hedera

 

Klapperdeklapper

Ik heb weer een aardige slag toegebracht aan de ongewenste groei in de tuin. Vooral de klimop moest het vandaag ontgelden.

Ze was ver over de borderrand gekropen zonder enig mededogen met de familie Vrouwenmantel die daar ooit ook mooi stond te wezen. Niemand die het nog kon zien, nog steeds niet trouwens. Dat komt ook door het vierendelen en opnieuw inplanten. Op een paar plaatsen steekt een miezerig blaadje boven het maaiveld uit. Nou maar hopen dat er weer wat groei in komt.

Daarna moest een ander grasbedje bloembedje er aan geloven. Al wiedend hoorde ik links van me opeens de klappende kaken van hapsnavel Sam, die alsof het heel normaal was, boven op een mooi omgewoeld stuk grond lag. Dat is de slechte invloed van die kippen als je het mij vraagt, maar dit terzijde.

Sam die geheel in trance het verleidelijk bloeiende Longkruid bestudeerde, hapte omdat hij een bij voorbij zag komen. Moet ie niet doen hè. Ten eerste is het gevaarlijk om zo’n vliegend geval in te slikken en ten tweede wil ik meer bijen en niet minder.

Nou weet ik niet of het komt omdat er niet veel licht achter Sams oogjes brand, of dat het een soort reflex is wat hij nooit en te nimmer in kan houden. Wat we ook proberen, het lukt ons niet om hem deze (zelf)moord acties af te leren. Dat wordt nog wat deze zomer.

sam-boven-het-longkruid