Het helpt hoor, zo’n mierenlokdoosje

Ontstoken in een razende opruimwoede had ik mezelf verplaatst naar de bovenverdieping om daar eens flink huis te houden.

Met reden mind you, want de onbewoonde zolderruimte leende zich uitstekend voor spullen in de categorie -hmm weggooien, lastig, nou weet je ik zet het wel even boven neer- wat gaandeweg resulteerde in een onbewoonbaar stuk huis.

Niet dat het er nou zo vol stond, nee dat kon je nou ook weer niet zeggen, het was meer de opeenstapeling van lompigheid. De loodzware tweedehands Leolux bank die we kochten vanwege z’n prestigieuze naam en het feit dat de verkoper het ding al in z’n gang had gezet. Zo lullig om nee te zeggen, maar eenmaal thuis keken Muisman en ik elkaar aan en we wisten wat we al wisten. Dit is een miskoop. Het ding zat alsof je op visite was. Dat kan de bedoeling niet zijn van een eigen bank hè. Hup naar boven.

Het houten poppenhuis in tig afdelingen, ook al zo zwaar en onhandig maar met sentimentele waarde idem dito. Dozen vol interieurdingetjes in miniatuur 1:24 of zoiets. Kratten met lappen, handwerkspulletjes, een kast pontificaal in het midden van de ruimte, pal naast de grote ovale tafel – want dat knutselt zo handig en zonde om weg te doen- inclusief het allegaartje stoelen, half affe schilderijen, tassen met tijdschriften in het kader van je weet nooit hoe je nog ‘ns…. allemaal gingen ze ooit up up up. Maar goed, daar ging ik nu dus wat aan doen. What goes up, must come down.

Wel een klus natuurlijk. Gelukkig viel mijn oog op iets anders. Over de onafgetimmerde voorgevel marcheerde een leger mieren. Ze waren op het lokdoosje afgekomen, maar het ding weigerde – zo oud als de weg naar Rome – te doen waarvoor het nog meer bedoeld was, want iedereen liep er nog fris en fruitig bij. Blijft kennelijk toch een lokdoosje, dacht ik en pakte de stofzuiger. Man wat waren het er veel. Heel veel. De Kalverstraat op zaterdagmiddag of de aankomst op de álpe d’huez, zoiets. Dat wil je niet in je huis hè, nee.

Toch zoog ik met de dood in mijn hart de beestjes naar een andere wereld. Dat komt, ze rennen zo vertwijfeld rond wanneer je daarmee bezig bent. Alsof ze voelen dat iets helemaal niet volgens plan gaat. Illegalen die de grens overgestoken zijn en gespot door een helikopter met spotlicht of nachtkijkers, wegrennend, zich verstoppend in spleten en bosjes. Die beelden zijn bijzonder verdrietigmakend. Zo keek ik naar de miniwezentjes op onze muur en dacht, zo klein en het functioneert 100% in de eigen vertrouwde omgeving. Kleine maatschappijtjes in het groot of grote maatschappijtjes in het klein.  Kom ik er aan. Bats of liever gezegd zwoesjjj. Einde verhaal.

Deprimerend hè. Gelukkig at ik vandaag kersen en lekkere beschuitjes met aardbeien, viel er toch nog wat te lachen.

iseefaces