Rollenspel

“Dat is ook wat,” verzuchtte één van de dames kleinkind teleurgesteld. “Als de zegeltjeskaart van de Jumbo vol is mag j’um alleen maar inleveren samen met je ouders en dat zijn jullie niet!”

Nee dat klopte, wij waren de opa en oma.

“Misschien moeten WIJ dan voor even de vader en moeder zijn,” opperde ik. Waarom verklappen dat elke volwassene in hun gezelschap de trick zou kunnen doen.

Twee jaar geleden speelden ze het nep-ouders-spel nog volop mee bij Van der Toekan, toen we door de diverse obers en oberinnen continue de vader en moederrol kregen toebedeeld. Giechelend en verkneuterend over hoe de wereld zich vergiste speelden we “ons geheim” met verve, tot het toetje toe.

En het bleef een bron van plezier, eentje van de categorie: weet je nog toen we… etc. etc.

Maar goed, tijden veranderen eej, daar helpt geen moedertje uhh omaatje lief aan.

Na de geconstateerde tegenslag, viel er een korte stilte waarna de andere dame kleinkind op mijn voorstel als antwoord gaf, “Nou, dan nemen we opa wel mee, want die ziet er nog jong uit.”

Bam!

Even gloorde er een sprankje hoop aan de horizon met de vaststelling dat oma wel lang haar had.

Kennelijk was die haardracht niet écht een oma-ding.

Een taxerende blik kwam mijn kant uit….

Waarna met een diepe zucht en een “nou, ik denk het eigenlijk niet”, de spaarkaart weer opgeborgen werd.

En bedankt dames.

Gedragen door iets hogers

Kabouterkleinzoon van 5 zit op een christelijke school.

Goed onderwijs heeft soms een prijs, de school werd gekozen met rede.

Voor de atheïst die ik ben is dit een behoorlijke oefening in verdraagzaamheid. Je kunt niet een kind naar school sturen met de boodschap, ga iets leren en vervolgens roepen dat er in het gebouw ook dingen verkondigd worden waar niet iedereen hetzelfde over denkt.

Ik lijd in stilte.

De info over Jezus en zijn avonturen gaat er bij kleinzoon in als Gods woord in een ouderling.

Met glanzende ogen komt kabouterman uit de Paasviering en heerlijk hyperdepieper scandeert hij thuis, in de privacy van het toilet, uit volle borst de naam van zijn held alsof hij in de voorhoede van een protestmars loopt.

Bij de thee vraagt hij of ik Jezus ken en of ik in hem geloof. “Het lijkt me een aardige man,” antwoord ik diplomatiek, “maar wat vind jij leuk aan hem?”

Daar hoeft het menneke niet lang over na te denken. “Jezus helpt de mensen,” zegt hij blij, “dat vind ik fijn.”

Helder.

Ik vermoed dat deze (tijdelijke) scholing in het geloof, dit gevoelige en fantasierijke kind nog ver gaat brengen. Zijn inzet is ontroerend ontwapenend.

“Weet je oma, ik ben met zwemmen aan het oefenen om over water te lopen. Het gaat al hartstikke goed. Als je weer mee gaat laat ik het je zien.”

Donders  man.

Dat kon er maar eentje heb ik ooit begrepen.

Ik zie een grootse toekomst.

Seniel

Er kwam een enorme rookwolk aangereden.

Tussen de flarden door herkende ik een duistergeel gekleurde Trabant met daarin een knalroodhennaharige mevrouw.

Ik dacht terug aan het Trabantje van mijn ouders. Het plastic geval had een vaalrode zuurtjeskleur waarvan er toentertijd veel van de lopende (tra)band rolden.

Mijn ouders waren van het type; maakt niet uit waar je in zit, als het voertuig je maar van A naar B brengt.

Dat is een mooi standpunt wanneer je al wat ouder bent en de nodige levenservaring c.q. wijsheid bezit. Ze mixten dit idee met de hun van huis uit meegegeven spaarzaamheid en ja hoor, daar was ie, de Oostblokauto waar menigeen zijn neus voor ophaalde,

Ik was destijds twaalf en enkel nog van het type, opvallen liever niet, maar zeker niet achterin de Trabant van ouders.

Quelle horreur.

Zelf rijd ik nu, inmiddels stukken ouder en wijzer, ook onder een zelfde soort motto als mijn voorgeslacht. Een beetje gemodificeerd, dat wel.

Strekking: Je moet ermee van A naar B kunnen komen, maar liever ook weer niet al te lullig.

Gestuurd door een littekentje, dat snap je wel.

Het streepje jeukte ietwat, door ’t duistergele voorbij walmende specimen.

Merkwaardigerwijs vond ik het nu een leuk karretje, ik kon me zelfs wel voorstellen dat ik erin rond zou tuffen.

Het moet niet gekker.

Mogelijk dient de seniliteit zich aan.

trabant

rip foto

Verwarring

Er was in het midden van het land een evenementje en daar ging ik samen met iemand naar toe.

Het gebeuren vond plaats in een faciliteit met multi-mogelijkheden.
Je kon er deze keer allemaal dingen bekijken.
Dat deden wij dan ook uitgebreid en in alle rust.

Tot zover niets bijzonders.

Na de toch wel enorme aanslag op onze zintuigen, kregen mijn metgezel en ik zin aan koffie en iets lekkers.

Zo geschiedde.

We togen naar de koffiecorner en bestelden twee taartjes, een kop koffie en een cappuccino.

De persoon die ons hielp, een alleraardigst wezen, vergat eerst wat voor taartje we gekozen hadden, daarna wat voor koffie er ook alweer moest komen en vervolgens  was er iets met het afrekengebeuren.

Dat laatste kreeg ik maar half half mee, dus dat kan aan mijn metgezel gelegen hebben.

Ik had inmiddels een tafeltje opgezocht en grijnsde tegen een ander lid van de bediening, die even pauze hield en een aan de stamtafel genoot van een kopje thee.

Mijn grijns zei – tjonge, dat loopt daar niet helemaal soepel achter de bar met uw collega.
Ze had aan weinig genoeg en antwoordde ietwat terechtwijzend: “Mijn collega heeft geen korte termijn geheugen.”

“Aha,” riep ik zo neutraal mogelijk, “dat verklaart een hoop.”

Bleek het etablissement gerund te worden door mensen die in een re-integratie traject zaten.

Los van het feit dat dergelijke initiatieven fantastisch zijn…

Ik raakte er toch wat van in verwarring.

Playmobil

Ik kom om in de Playmobil.

Beetje mijn eigen schuld  trouwens.

Rondspeurend om te voorzien in het vermaak van de kleinkinderen, kocht ik links en rechts hele kuddes van het plastic spul, rond thema’s als het vliegveld, het ziekenhuis, de boerderij, kamperen en weet ik veel wat niet meer, op marktplaats.

“Overdrijf je niet een beetje?” vroeg Muisman voorzichtig.

Nou, dat leek mij toen een ontzettend overdreven vraag, maar inmiddels niet meer.

Ik zit hier namelijk al dagen te spelen, herstel te ploeteren om alle losse playdingetjes weer tot één geheel te maken.

Je moet weten, elke thema wordt tot in detail uitgewerkt en is volledig uit elkaar te halen. Laat dat laatste nou op de een of andere manier de favo bezigheid te zijn van mijn nageslacht. Een demontagebedrijf is er niks bij.  Wat overbleef was een grote wasmand met Playmobilzooi.

Vooropgesteld, mijn kleinkinderen treft natuurlijk geen blaam.

Het is de schuld van de producent!

Waarom wordt een thema zo absurd ver uitgewerkt zou ik willen vragen.

Zoek zelf die inieminie kopjes, bordjes, lepeltjes, vorkjes, mesjes, servetjes, fruitjes, kurkentrekkertjes, bakblikjes, ovenwantjes, diertjes, bloemblaadjes, stofzuigerslangetjes,  brandblussertjes, koffertjes met inhoud, koffertjes zonder inhoud, pollepeltjes, boekjes, kledingstukjes, kapsels, tandenborsteltjes, hoofdverbandjes, spalkjes, stethoscoopjes, accuutjes, auto-onderdelen, gereedschapjes en duizend en één andere onderdeeltjes bij elkaar zou ik willen zeggen, dan ontwerp je in het vervolg wel iets anders.

Momenteel probeer ik een appelboom te reconstrueren.

Bizar die hoeveelheid takken en bladeren. Laten we de container losse gifgroene appeltjes nog buiten beschouwing.

Denk dat ik er een struik van maak.

Hai.

Krijg er hoofdpijn van.

Is er een dokter in de zaal?

playmobil

Voor Ronald

Gisteren verloren we een voor ons dierbaar mens.

ronald

Zijn tijd was zomaar op.

Toen we op zoek waren naar iemand die voor onze honden kon zorgen omdat ik kanker bleek te hebben en daar een intensief behandeltraject aan vast zat, vonden we Ronald. Trotse bezitter van uitlaatservice  Husoet of korter Oet.

Ronald bleek een beer van een vent. Groot en sterk maar ook aaibaar, want onder zijn berenvel school een enorm hart voor dieren en mensen. Hij was zacht van aard, rustig en betrokken. Humor deed zijn ogen glinsteren en zorgzaamheid was zijn middle name.

Of het nu de hapsnavels betrof, of onze katten, de kippen óf Muisman en mij…. niets was ooit teveel gevraagd. De keren dat iets niet ad hoc  te regelen bleek – omdat ik het net even anders wilde dan gepland of weer eens een wandelmoment vergeten was aan te vragen – zijn met een aantal vingers over- op één hand  te tellen.

Met al zijn zachtheid was Ronald geen doetje. Hij voer een eigen koers bewust en met wilskracht om z’n eigen bedrijf op poten te zetten. Zelf eens een minder dagje of gewoon ziek? Het was voor hem geen reden om af te bellen. We kregen altijd een appje dat de wandeling met de honden erop zat en hoe het gegaan was. ’s Avonds liet hij een buitenlampje aan voor de thuiskomende mens.

Complimenten werden lachend weggewuifd met een “Joh, dat is toch niet meer dan normaal” en natuurlijk uitgesproken met dat mooie spoortje -zeg maar spoor- Haags in zijn stem.

Kleine attenties, bijvoorbeeld voor kerst of voor de  kleinkinderen die bij ons aan het logeren waren, gaf hij altijd op een wat stoere manier.  “Das nou echt Lammy hoor,” zei hij dan met een schuchtere grijns. Lammy, zijn vrouw en maatje, hoe kon het anders, ook al zo’n warm lief mens.  Zelf iets aannemen? Vooruit dan maar, maar het moest allemaal echt niet gekkâh.

We hebben vaak gezegd tegen elkaar. Hoe deden we dat vroeger nou zonder Ronald. We wisten het niet.

Gisteren verloren we een voor ons dierbaar mens.

Hij was onze steun en toeverlaat in ooit barre en inmiddels voor ons betere  tijden.

Ik wil niet dat hij weg is, ik wil dat hij zaterdag de deur weer binnenstapt zoals we dat afgesproken hadden. Ik wil een appje dat alles goed is. Het zal niet zo zijn.

Het is oet.

We kunnen er met ons verstand niet bij. Zo’n fijn blij mens.

Op momenten als dit hoop ik ook dat er meer is tussen hemel en aarde, want dan wil ik dat hij dit leest en stoerig roept “Joh, het was allemaal toch niet meer dan normaal” .

Zal best jongen, maar voor ons was het goud, puur goud.

Rust zacht lieverd.

Wasstraat

Ik denk dat ik vandaag voor de derde keer in mijn leven door een wasstraat ging en voor de eerste keer allenig.

Je moet je dat voorstellen als zwaar grensoverschrijdend gedrag van mijn kant. Byebye comfort zone, hallo grote enge wereld daarbuiten, of zal ik zeggen daarbinnen.

Het begon al met een enorm dilemma. Kun je zo’n groot gapend gat gewoon inrijden of moest je eerst een kaartje kopen?

Maar even vragen dan.

Ah, behandeling kiezen: Wassen – watergolven – plus, plusplus of plusplusplus de luxe… hai moest ik nog nadenken ook!

Dan een kaartje kopen in de toko.

Vervolgens achter aansluiten met je karretje.

Dat kon ik wel.

Tiktiktik, de wasstraatman timmerde op mijn autoraampje.

“Ja?”

“Weet u zeker dat u dit wilt? Mogelijk valt de bumper er af.”

WTF! Ja het ding zat ietsje los, maar waarom meteen het ergste vrezen.

“Zal toch wel wat meevallen?” vroeg ik en keek hem stoer aan.

Bluf, dat begrijp je.

“Vast wel”  was het antwoord. “ Ik houd het wel even in de gaten.”

Wat dat ook mocht betekenen. Eenmaal verzwolgen door de draaiende en boenende borstels hielp er vast geen moedertje lief meer aan.

De auto werd rondom schoongespoten, kreeg een hoesje om de ruitenwisser achter (en nog ergens ofzo) en toen moest ik doorrijden met m’n rechter wiel in een gootje, precies tot zover en niet verder. Tot de man zijn duim omhoog stak om precies te zijn. Missie geslaagd.

Motor aan laten, in z’n vrij, geen handrem en dan gewoon blijven ademhalen. Plakje cake zogezegd.

Zo geschiedde. Langzaam werd mijn autootje de onderwereld binnengerold.

Onder het geraas van de grote borstels en woeste water- en zeepstromen, dacht ik aan scenes uit series en films waarbij de wasstraatlocatie steevast leidde tot moord, verdwijning en witwasserij a la Breaking bad.

Gelukkig was er snel licht aan het eind van de tunnel en nadat een stoplicht van rood op groen sprong reed ik de veilige wereld weer in, MET BUMPER, mind you.

En nog een kilometer of wat met hoesjes links en rechts.

Hai, wat een amateur was ik toch.

Snel weghalen en doortuffen.

Niks aan de hand.

Vrouw van de wereld uhhh wasstraat.

wasstraat1

TADUUTADAAAH

Ik had links 30 euro bril in mijn hand en rechts ook. Samen was het nul komma nul.

Ik zwaaide met beide onderdelen naar mijn zorgcliënt. Die zag er de humor wel van in en lag grinnikend in bed.  Nouja, zo bezien had ik het verlies er alweer uit natuurlijk.

bril

Onderweg naar huis met mijn eigen stek al in zicht,  stond een mevrouw naast haar scootmobiel op de lange landweg  tussen de leeggerooide akkers.  M’n achteruitkijkspiegel reflecteerde haar afhangende schouders. Hai dat mensje was geloof ik niet van de natuur aan het genieten.

Maar even in z’n achteruit dan.

Ja hoor, goed gezien. Gestrand. Batterij dood, geen telefoon bij zich en algehele treurnis.

We besloten hulp te gaan halen in het dorp, wat niet lukte, want niemand had de tijd of mogelijkheid om zo’n karretje eventjes op te halen. “Nou dan ga ik maar naar huis en bel de leverancier, haalt die um wel op,” besloot de dame.

Leek me een bijzonder puik idee.

Toen nog wel.

Twee uur later niet meer.

Whoeeeeeeeehoeeeeeeee, joelden de witte herders keihard maar zeker melodieus.

Dat doen ze vol overgave als ze een brandweerauto met toeters horen en die kwam onmiskenbaar langs ons huis geracet.

En nog één..
die had een leuk bootje bij zich.

En toen nog een ziekenauto.

OMG, het zal toch niet, dacht ik en tuurde vanuit onze tuin de landweg af.

Nou…. echt wel dus.

Er vond een algehele uitruk plaats, naar de plek des onheils van een paar uur geleden.

Dan ik ook maar, dacht ik toen, als zijnde kroongetuige.

Tja, Iemand had gebeld. Verlaten scootmobiel, dus de bijbehorende persoon moest wel in het water van een nabijgelegen sloot liggen.

Ik denk zelf bij verlaten auto’s, fietsen en scootmobielen altijd aan pech.

En bij ons op het boerenland is het ook mogelijk dat de gevlogene lekker meetuft op de trekker.

Maar die gedachtegang behoort nu voorgoed tot het verleden.

Zucht.

K* kluisjes

Water en ik, wij houden van elkaar. Met kluisjes kan ik het soms minder vinden.

Na een poging of vier bij opberghokje nummer 93;  je gooit je spullen er in – plaatst een muntje in het gleufje, deurtje dicht, sleutel draaien en dan gebeurt er niks – verkas ik naar een zelfde geval met het nummer 26.

Helaas, l’histoire se répète. HOE KAN DAT NOU!

“Lukt het niet, meisje?” vraagt een meneer die achter me uit een badhokje is gestapt.

Grote genade. Meisje? Tel tot tien .Wat dacht je er zelf van grapjas, dat ik hier voor m’n lol als een halve gare dat muntje en sleuteltje ritueel zit af te draaien?  Pffff.

Nou nou nou kan het een beetje minder mevrouw Muis! Niet zo vervelend doen. We hebben het hier over een vriendelijk en zeer zeker goed bedoelend persoon. Doe ‘ns aardig.

“Daar heeft het alle schijn van,”  zeg ik dan ook lachend.

Dat blijkt het startsein voor een praktijkles.

“Kijk” zegt de man. “Als je nou dit en dat en zus en zo doet. …”

Plop, daar gaat het kastje al op slot.
Om je kapot te ergeren.

“Aha!” roep ik opgetogen. “Dank u wel!”

“Graag gedaan en niet te hard aanduwen hoor, daar zit um de truc.”

Ik heb het gesnopen.

Mijn weldoener loopt naar de uitgang maar houdt even in bij kluisje nummer 93.

Zijn wijsvinger richt zich priemend naar de grond.

“Zijn die sokken van jou?”

#$%#^$&#%&#%&#

Gaan we weer.

Zwembadgeluiden

“Goedemorgen!” galmde een heldere stem. Een bijbehorende oudere man in een erg grote zwembroek stevig vastgesnoerd rond een dito buik, stapte monter uit het badhokje naast de mijne.

Ik liep net naar binnen.
Hij keek me indringend aan alsof we elkaar al jaren kenden of op z’n minst iets met elkaar moesten.
Nou, no weee hooosee, zou ik willen zeggen.
Zo geen zin in onzin gesprekken.
“Goedemorgen” antwoordde  ik desalniettemin vriendelijk en sloot het deurtje achter me.

“Ha daar! Goedemorgen” galmde het wederom.
Dit maal bleek ene Gerda de klos.
Ze beantwoordde de groet met een blij “Dag Harm!”

So far so good.

“Ik dacht al dat ik je hoorde, Gerda” meldde de Harm.
“Ja, ja,  ik heb een schelle stem hè”  riep Gerda vrolijk.

Enig zelfinzicht kon haar niet ontzegd worden.
De term schel dekte wat mij betreft geheel en al de lading.
Gerda’s conversatie met een andere badpakmevrouw was niet te negeren geweest.

“Nou inderdaad!” bulderde Harm, “Ik praat misschien luid, maar jouw stem is nogal…..”
“Hoog!” vulde Gerda snel aan.

Ze had gelijk, zelfkennis is leuk , maar het hoeft niet ingewreven te worden door een ander hè.
En zeker niet door Harm.

Anyway, ik stond te grinniken in m’n kleine hokje .
De microwereld die zwembad heet, best leuk om daar in te duiken.