Dream on

Het blijft me verbazen hoe gedetailleerd je kunt dromen. Het ging over een woord dat ik had bedacht om een soort van leuning te beschrijven.

Dat woord had met m’n keetjesbouwerij te maken, want ik had net een bijzonder ingenieuze constructie getimmerd. Man wat was ik toch handig met die apparaten hè. Frezen zonder grote vreze en heel geen Franse slag.

Anyway dit terzijde, het ging om de leuning en dat woord. Bestaat het echt vroeg ik mij af , ik googelde en ja hoor daar stond het zwart op wit met uitleg en al. Wat bijzonder, droomde ik verheugd, nou weet ik zomaar een woord te bedenken waarvan ik de betekenis eigenlijk niet wist, maar ik paste het wel heel adequaat toe.

Ik was behoorlijk met mezelf ingenomen. Wat heeft een mens toch een boel luikjes in z’n hoofd die zomaar open poppen als dat nodig is! Daar moet ik straks als ik wakker word even een mooi blogje over schrijven.

Na vele omzwervingen en ongetwijfeld nog meer inzichten werd ik inderdaad wakker, maar wist het woord niet meer, ondanks dat ik een soort van ezelsbruggetje had bedacht.

Bummer!

lettermanjan2jpg

Dit is Letterman Jan, die droomt ook wel eens van woordjes.

 

 

 

Ontwikkeling

En zo gaat je leven in vreugde voorbij, roept mijn moeder altijd en zij kan het weten want ze is al 85.

Ik verzucht inmiddels -net als zij- dat ik niet weet waar de tijd blijft, nu ik ben opgeschoven richting afzienbaar. Een gevoel wat ik als kind en jong mensch nooit had. Soms telde ik 100 bij mijn geboortejaar op en kwam dan ruim over de helft van de volgende eeuw terecht. Dat gaf me het idee dat ik onsterfelijk was, maar nu klinkt 2061 niet eens zo heel ver weg.

Ik las ergens in een interview met een schrijver dat het steeds-sneller-verstrijken-van-de-jarengevoel komt door stilstand in de eigen ontwikkeling. Zoiets. Niet dat je op latere leeftijd niks meer onderneemt, maar het lijkt toch niet op de duizelingwekkende veranderingen tussen je nulde en pak um beet .. ach vul dat ook zelf maar in. En daarom lijken de jaren steeds meer op elkaar, een herhaling van zetten.

Anyway, eigenlijk heb ik geen tijd voor dit geleuter, maar het regent nu. Ik wil verder in de tuin en heb ook al veel gedaan vandaag. Om het goed te maken met de familie klimplant aka Hedera (er wordt wat afgeroddeld in zo’n tuindorp, voor je het weet is je goodwill vertrokken met de noorderzon) kreeg de plant wat uitzicht. Groeide ze eerst de sloot in, mocht ze nu langs een hekwerk van takken de wereld eens van boven bekijken. Als dat geen ontwikkeling is.

hekje-hedera

 

Herfsttij

Herfsttij. Als in, overvloed aan appels, de zoetweeë geur van een suikerfabriek, verkleurde bladeren, modderwegen, regen en wind. Zoiets, of, de prikkelende avondlucht van naderende kou, overvliegende ganzen -al dan niet in mist- en gehalveerde wormen.

Dat laatste valt mogelijk wat rauw op het dak, maar moet gezegd. De herfst brengt werkzaamheden met zich mee die stil leed veroorzaken. Zo probeer ik elke dag een regel in mijn moestuin te spitten, onder het motto elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar.

Terwijl ik mijn steekje bijdraag aan de steeds groter wordende lap zwarteglanzende vruchtbare grond, sterft onder mijn voeten menig onschuldige, sterker nog, uiterst nuttige aardworm een nare dood.  Halvering door staal. Ongrappig, want zoals ooit een heel oude dame het treffend verwoordde “zelfs een worm in de grond wil leven.”

Zij was het ook die regelmatig met een veelbetekenende blik en prikkende wijsvinger riep, “en als het onderendje begint te werken, berg je dan maar.” Het betrof op dat moment een wormsoort van geheel andere aard, haar eigen vent, een enthousiast voorstander van het fenomeen open huwelijk waar hij een geheel eigen uitleg aan gaf. Iets in de trant van, ik ga vissen in de breedste zin van het woord en jij zorgt voor het huishouden en de kinderen.

Het ene vissen, vond ze ergerlijk, zeker omdat er uitbundig cafébezoek aan te pas kwam, maar dat hij na die ongein en z’n werkuren voor de baas, ook nog eens daadwerkelijk met een stok en een touwtje aan de waterkant ging zitten bij het kraken van de ochtend, was pas echt onverteerbaar.

“Welke tijd blijft er dan nog over voor mij en de kinderen.” verzuchtte ze alsof ze niet mij maar haar man voor zich had en keek er meestal wat pruilend bij, waarna haar rimpelige gezicht een ondeugende grijns kreeg. De uitsmijter die volgde, “maar ik ben toch altijd bij hem gebleven, want het was zo’n knappe man,” deed bij mij alle hoop voor de mensheid door het afvoerputje wegvloeien. Verder het was zielig voor de wormen natuurlijk. Dat vissen.

Maar dit terzijde, herfsttij daar ging het over. Als in leven met golfbewegingen, opruimen en opnieuw beginnen, tenzij gehakt. Oi. Herfsttij.

Wat zou je missen?

“Wat zou je het meest missen als je dood was?” hoorde ik iemand vragen.

Huh? Missen? Nee joh, dat is dan tenminste nog iets aan het dood zijn, in ieder geval niks meer weten of voelen.  Gewoon weg, als in opgehouden te bestaan.

Het concept, al dan niet dolende ziel, wens ik niet te omhelzen.  Pakt de omgeving na jouw overlijden de draad weer op, moet je als geest op het nachtkastje lijdzaam toezien hoe je geliefde nieuw geluk gevonden heeft. Fijn hoor, daar niet van, maar om er nou getuige van te zijn.

Of je wordt opgejaagd door een medium dat jouw initialen zit te blaten. “ik krijg een M door , kan dat? Een M, misschien wel twee! Zegt jullie dat wat? Jaaah, roepen alle bloglezers in koor, dat is Mama Muis.  “Even wachten,” fluistert het medium en kijkt ingespannen, “ik krijg een boodschap door. Gooi je afwaswater niet door de gootsteen, maar gebruik het als spoelwater voor het toilet.” Waarna iedereen in huilen uitbarst en elkaar omhelst. Ja, dat kan niet missen, echt Mama Muis, geen spat veranderd!

Nee, ik ga voor de out is exit variant.

De vraagsteller bedoelde vast, waarom vind je het erg om dood te gaan. Daar weet ik wel een antwoord op. Dat je niet meer mee mag doen.  En àls ik me soms realiseer dat ik ooit een keer niet meer mee mag spelen, voelt het bijna als niet leefbaar. Net als met gelukkig zijn. Soms wil je geluk zo graag vasthouden, dat je er gewoon ongelukkig van wordt.

Pfff

Nooit vergeten

“Ik zag alleen de lucht, een diepblauwe koepel . Gek, dat me die juist opviel in alle tenhemelschreiende waanzin daar op het perron. Ik wilde de intense kleur aan mijn vriendin laten zien. Ik wees al omhoog, terwijl ik tevergeefs zocht naar haar donkere krullen in de mensenmassa. Ik begreep pas veel later dat ze het kamp zelf, nooit heeft gehaald.”

“Barak nummer zoveel…. Je raakt veel opsmuk kwijt als je in zoiets terecht komt en dan heb ik het niet over materiële zaken. Ik herinner me na de schrik, het gevoel van opluchting toen degene waar ik naast lag niet meer leefde. Ik vertelde het aan niemand. Ik schoof haar helemaal naar het randje van de houten bak, nam gauw haar deken….. Voor het eerst in tijden sliep ik ontspannen, met even wat ruimte en warmte voor mezelf.”

“Zeg maar niks nu kindje….  Een mens past zich razendsnel aan. Ik net zo goed, als ieder ander. De schaamte en onmacht die ik daar achteraf over voel, is moordend… ik kan het je niet zo goed uitleggen… Zelfs jij die zo fijngevoelig bent, zult niet begrijpen hoe het was….”

“Weet je… Ik heb het eens aan één van die soldaten gevraagd…. Waar ik het lef vandaan haalde begrijp ik tot op de dag van vandaag nog niet. Een verkapte doodswens….. Ik vroeg, ‘Hoe kun je dit een ander mens aandoen, heb je dan geen enkel gevoel in je lijf?’ Dat kille emotieloze antwoord, ik word er nog altijd beroerd van: “Ik doe gewoon mijn werk.”

Hamsteren

“Er wordt achter de schermen echt hard gewerkt,” hoor je vaak bij gebrek aan zichtbaar resultaat.

Ik roep het nu ook, want er was op het podium niet zo heel veel te zien. Keetjes zijdeur kreeg nog wel een mooi gat waar eerst de deurkruk zat, de sleutel was foetsie en het slot zat dicht, vandaar.

Daarna haalde ik een drietal mooie aluminium profielstukken los en scheidde herbruikbaar sloopmateriaal van de echte bagger. Al die zooi ging in de wacht voor mevrouw Storthoop en het mooie spul bracht ik naar de schuur. Toen moest er even gebezemd worden en daarna kon je van de vloer eten.

Meer was het niet.

Anyway, de huidige indeling qua ramen en deuren gaat op de schop. Zo wil ik aan de voorkant naast de deur, twee smalle hoge ramen en ook het aantal ramen/lichtval in de zijwanden moet meer, anders en groter!

Maar het hangt allemaal af van wat ik zo tegenkom en daarmee zijn we backstage aanbeland, zoekend op internet en in m’n omgeving naar bruikbaar spul. Naast de jacht op gerecycelde handel oriënteer ik me ook op milieuvriendelijk isolatiemateriaal en dakbedekking, maar daarover later meer.

De eerste buit is trouwens binnen. Een gratis af te halen wc raampje met kozijn, voor het wasgedeeltetje-tje-tje-tje. Leuk hè!

collage-opruimen-verzamelen

 

Marie uit Nantes

Zo gelovig als een houten deur, maar desalniettemin gek op kerken en dan vooral die van het katholieke soort. Gotische, vaak op het protserige af bekleed met pracht en praal. Ranke hoogtorende bouwwerken die, contact zoekend met de hemel, een imponerend effect hebben op het gewone volk. Hetzelfde volk dat geduldig zwoegend en zwetend steen op steen zette, om het door de bisschop zo gewenste godshuis te doen verrijzen.

De details van zo’n gebouw zijn zo mooi. Overal waar je kijkt hangen kleine kunstwerkjes, vervaardigd door kunstenaars die toentertijd nog “gewoon” als ambachtslieden te boek stonden en ‘s morgens voor dag en dauw richting werkplaats trokken, om werkuren lang een stukje kerk op te sieren ter meerdere glorie van het kerkgenootschap en de aanbedene.

Marie uit nantesIk zie hem lopen, een glimlach om zijn lippen. Hij voelt zich sterk, ondanks de korte nacht. Marie is van het vurige en licht ontvlambare soort, al zou je dat niet zeggen. Overdag valt ze nauwelijks op; klein van postuur, rustig bewegend en met een zedig kapje op haar hoofd.

Schijn bedriegt hier toch echt, ze laat hem niet gauw met rust. Hij bloost onwillekeurig en schudt zijn lange donkere krullen, terwijl hij met weerzin de koude ochtendlucht opsnuift. Lag hij nog maar tegen haar warme lichaam….

Vermannen nu! Het is opschieten geblazen. Vandaag wordt een echte topdag, zijn lief zal haar ogen niet kunnen geloven. Heel in het geniep heeft hij gewerkt aan haar evenbeeld, dat zomaar pontificaal aan de buitengevel van de kerk komt te hangen. Een kleine versiering, stiekem vormgegeven naar zijn eigen muze. Vanavond zal hij haar eindelijk zijn werkstukje kunnen laten zien.

En, kleine Marie uit Nantes, was je blij met deze ultieme liefdesverklaring?  Ach, wat bazel ik nou. Natuurlijk is het niet zo gegaan. Maar goed, dit is wat ik voor me zag bij het stenen ornamentje aan de muur. Ik dacht, dat vertel ik hier even……

Eén recht, twee averecht

Laten we het eens hebben over de breiers onder ons. Breiers zijn volgens de Dikke van Muize “mensen die de gave hebben om van een simpel vraag en antwoord momentje een ware speelfilm te maken.” Je moet ze niet verwarren met brijers, want de stroom woorden is alles behalve onsamenhangend te noemen. Ik zal dit even illustreren met een voorbeeld:

Een simpele vraag: woont u al lang in dit huis?
Het simpele antwoord: Ik denk een jaar of vijf.

De breiers variant:

In dit Huis? ‘ns even denken. Toen mijn man en ik gingen trouwen, hadden we kind noch kraai. Ergens wel goed natuurlijk, want in die tijd was een buitenechtelijk kind nog een schande hahahahaha. Tegenwoordig doen de mensen daar niet meer zo moeilijk over. Dat kan ik wel zien aan mijn klusjesman Bob, die voor ons de zaken wat op de rails houdt. Zijn dochter heeft een zoontje, maar is nooit getrouwd. Maakt hem niks uit. Bob heeft trouwens net deze badkamer wat verbouwd. Die was eigenlijk al aan vernieuwing toe toen mijn man en ik hier kwamen wonen. Maar we hadden er even geen zin an… afijn,mijn zoon kwam met een gammakrantje aan en zei; “mam, dit lijkt me nou wel een mooi wastafelmeubeltje voor jullie! Lief van zo’n knul hè. Ja wij krijgen zelf geen huis aan huis reclame, omdat we zo’n nee/nee sticker op de deur hebben, kent u dat? Heel milieuvriendelijk en het scheelt je eindeloos heen en weer pendelen naar de papierbak. Die staat trouwens helemaal bij het winkelcentrum. Waarom komen ze papier nou niet gewoon van huis halen. Tillen valt me tegenwoordig zwaar en mijn man ook. Afijn, hij heeft het meubel er zelf ingezet. Bob dan hè. Mijn zoon niet, die heeft twee linker handen. Hebben we geweten bij de verhuizing naar hier. Hahaha. Vroeger deden we alles zelf. Weet je, mijn man en ik zijn ingetrouwd bij mijn schoonouders. Ja zo ging dat vroeger hoor. Mensenkinderen wat was ik blij dat we na zes jaar een eigen stek kregen. Beetje gespaard enzo. Daarna konden we ons wat meer veroorloven en we hebben samen nog heel wat leuke huizen bewoond. Maar op een gegeven moment moesten we toch overstappen naar wat kleiners. Overmacht, je wordt ouder hè? Afijn dat is dit huis geworden en ik moet zeggen, al is het niet zo groot als we gewend waren, we wonen er met plezier….. uhm …..ik denk een jaar of 5.

*kreun* Je wilt niet weten hoeveel breiers er op de wereld zijn…… trust me… offuhh ben jij er ook zo één…