Wind

De wind, de wind, dat lelijke kind. Een beroemd sprookjesschrijver liet het Grietje al  roepen toen ze er achter kwam dat ze aan het knibbel, knabbel, knuisje, wie knabbelt er aan mijn huisje had geklopt.

Goeie zet, want het windekind is nogal lomp te noemen en waarom zou ze niet langs het heksenhuis geschampt hebben. Nou trekt een beetje heks zich daar niks van aan, maar daar hebben we het nu niet over.

Anyway, ze kwam ook bij ons langs. Eerst knalde ze tegen m’n versgezette schutting op en bracht het zorgvuldige meet en paswerk van Muisman een paar flinke deuken toe. Een en ander staat nog, maar daar is alles mee gezegd.

Daarna ging ze achter mijn kleine kasje aan en brak het geraamte op wat essentiële punten in stukjes. Restte mij niets anders dan de zaak snel af te breken want het omhullende zeiltje stond op het punt te vertrekken naar verre oorden.

Kwaad kon ik niet echt worden, want ik houd van haar zusje, de zeewind. Geboren aan de kust, daar zal het wel door komen, al stond mijn wiegje gewoon in een slaapkamertje hoor.

Zeewindvrouw nam de as van mijn vorig jaar overleden vader mee.  In zijn jonge jaren zat hij vaak op een zeepier te vissen. Ik schijn als kind een warme belangstelling te hebben gehad voor het aas en stal de garnalen voor eigen consumptie. Of dat verhaal ook aangedikt is door de tijd?

Ik zou trouwens graag leven van de wind, maar dat wordt um vast niet… laat maar waaien dan.

kasweg

5 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *