Winterdicht, katproof

Kaatje had een bezoeker , een harige nog wel en niemand die mij dat dan even laat weten hè.

Misschien wordt het tijd voor een burgerwacht.

Alsof de deur niet uitnodigende tot logeergedrag, mevrouw de keetmaker.

Ai, daar heeft u (of is het hebt? twijfel, twijfel) een punt!

Er ontbraken nogal wat raampjes en die kunnen er ook nog lang niet in, want ik zag dat er wat werking in de verbindingen van de deuren zit, dus die dingen moeten er tzt weer uit, na de winter ofzo. Daarom eerst maar een noodmaatregel. Lekker makkelijk met stukjes isolatie. Krijg ik het binnen tenminste ook aangenaam warm.

Hahaaaah, Boris!!  -zo hebben we hem of haar genoemd wegens de boeventronie, Boris Boef, wie kent um niet-  dààr heb je niet van terug hè!

Het beestje lag pontificaal op Kaatjes bed. Gelukkig wist de boef dat er nog geen wc-tje in zat, dus meer dan wat haren op een kussen vond ik niet.

Nou moet je niet denken dat ie zielig is hoor. Boris is niet voor één gat te vangen.

Letterlijk niet, bedoel ik.

Hij wringt zich ’s nachts altijd door ons kattenluik en gaat dan in een poezenmand liggen knorren. Dat vindt Boris de normaalste zaak van de wereld.  Tis geen zwervertje trouwens, daarvoor heeft ie veel te veel vlees op de botjes. We denken dat zijn eigenaar hem ’s avonds de deur uit zet en zegt; “red je maar!”

Nou dat doet ie dus wel zoals je begrijpt.

Bewaren

PING! als in omdenken

Gisteren reed ik langs de wonderschone stad Groningen waar men al sinds enige tijd doende is de rondweg rondom deze metropool te verfraaien en vooral vloeiend te maken, als in weinig stoplichten en vooral doorgaan, altijd maar doorgaan.

Hulde!

Momenteel ligt het accent op de afwerking van één en ander, waaronder het aanbrengen van scheidingsmuurtjes ter uhhh afscheiding.

Hoe dan ook.

Ik bekeek dat eens even, tijd genoeg als bijrijder en mijn oog viel op de lollige metalen frames die opgevuld gingen worden met steentjes.

Kreeg ik me toch een  PING- annex omdenkmomentje.

Hai

Moest ik snel even mee aan de slag.

Met de inzet van de herfst en het vallen van de bladeren komen ook de walnoten naar beneden. Muisman verzamelt ze elk jaar trouw, stopt de buit in doosjes en bakjes en daarna belandt de hele handel op de verwarming, zodat de boomvruchtjes kunnen drogen.  Een wankel gebeuren,  dat moest toch anders kunnen dacht ik jaar na jaar, na jaar……

Ping!!

Metalen frames, steentjes………   Zie je het voor je?

 

Ik verzamelde wat restjes gaas, een buisje en ijzerdraad en knutselde een langwerpige smalle bak die aan de verwarming kon hangen.

Nootjes erin, klaar en drogen maar.

En nou het mooiste!

Er kan nog meer bij (lalalalala)

Jouw beurt Muisman!

Bewaren

Die mevrouw met de zeis toch, gewoon omdat het kon

De man met de hamer is er eentje, maar de vrouw met de zeis mag er ook wezen hoor.

 

Met het einde van de zomer kwam een grote ergernis in zicht, het hekkelen (lees; ontdoen van bodembedekking in de sloot en de walkanten schonen).  Een jaarlijks terugkerende gruwel annex vooruitschuifproject. Het moet gezegd, schuifbaar is het. Tot in januari, wij weten er alles van, maar dan ben je wel 2 brand/dreigbrieven van het waterschap verder.

Dergelijke brieven maakten nooit indruk, een opmerking die iemand laatst  maakte, wie weet ik niet meer, wel.

“Als je zo laat gaat hekkelen verstoor je de winterrust van de dieren in de sloot.”

Hai, daar stond ik met mijn goeie uhm slechte gedrag.

Tijd voor verandering.

Met een prachtig nieuw aangeschaft stukje gereedschap dook ik onze (droge) sloot in en handzeisde alles wat vast zat los, met mooie halen, mind you, zeisen is eigenlijk een soort tai chi zou ik willen zeggen.

Klinkt gevaarlijk hè

Valt mee, als je maar uit de buurt van je scheenbenen en enkels blijft.

Anyway.

Nu stel ik mij voor.

De man van het waterschap gaat over een paar weken na een k*tdag op kantoor nog even voor een inspectie langs het huisadres van de familie Muis. Meer voor de vorm, want de brief waarin staat dat er achterstand geconstateerd is staat al klaar in de pc.

Hij stopt en overziet de 30 à 40 meter lange sloot, volledig ontdaan van onrechtmatigheden. De man krabt op zijn hoofd, totaal ongeloof op het gezicht. Kàn het niet bevatten. Wat is deze sloot geweldig gehekkeld echt vakwerk, zoiets zie je zelden. Even aarzelt hij, is dit werkelijk het adres van de familie Muis? Ja echt.

Breed glimlachend racet de man naar huis, stormt vol adrenaline de keuken binnen en gooit zijn vrouw op de keukentafel, scheu.… herstel, loopt de keuken binnen, kust zijn vrouw in haar nek en knuffelt haar even. Zij, blij met het goede humeur van haar man, offreert een koud biertje.

Wat een feest.

En de slootdieren kunnen ook rustig gaan winterslapen.

En dat allemaal door de mevrouw met de zeis, helemaal zonder de man met de hamer, gewoon omdat het kon.

Bewaren

Bijeffect

Het is soms lastig om je in een ander te verplaatsen*.

De Tinnen man uit de Wizard of Oz vond ik bijvoorbeeld een enorme zeikerd met z’n geneuzel om olie en angst voor water. Hoezo stijf en stram en au en janken, toe ff, wees niet zo’n watje.

Je begrijpt, inmiddels heeft deze filmfiguur mijn volledige begrip en sympathie.

Nadat ik ergens in 2015 een hormoononderdrukkende pil voorgeschreven kreeg (tamoxifen) omdat de tumorsoort die ik ooit onderdak bood, wel pap van hormonen lustte, veranderde mijn gestel langzaam maar zeker in een niet scharnierend stijf geval met au en kneus en blessure en moe.

Gelukkig vond de oncoloog dat kwaliteit van leven heel belangrijk was voor een mens en kreeg ik een ander midel. Anastrozol, zelfde effect, andere route.

Nu na een maand of vier heb ik eindelijk het idee dat ik mijn leven terug krijg. Steeds soepeler, steeds minder blessures, lekker sporten, minder moe en hoeraaaahhhh, steeds meer zin en tijd voor klussen in en om het huis. Zelfs m’n keetjes doemen al ergens op aan de horizon.

Gebleven is de weerzin om naar een winkel te gaan.

Hoezo, heeft dat iets met het bovenstaande te maken dan?

Neu, maar het was toch handig als daar een pil voor was , eej.

Anyway, al klussend heb je wel eens wat nodig.

Zoals iets om de deur van een kas te sluiten en een handgreepje.

Nou, daar hebben we het volgende op gevonden.

(zie foto)

Lenige geest vind je ook niet?

Goh hé,  zou dat soms een bijeffect zijn…

 

*even serieus, er is niks mis met mijn empathisch vermogen, voor iedereen die met zijn lijf niet uit de voeten kan op lichamelijk of geestelijk vlak,  is dagelijks functioneren en optimistisch blijven een vorm van topsport.

Bewaren

Kikkertrigger

De wind woeide een heerlijke waai en vol energie haalde ik de heggenschaar voor het licht.

Zoveel turbulentie rond en in mijn hoofd vroeg om harde actie als in weg met die sprieten. De uit hun krachten gegroeide mini-heggetjes moesten weer het formaat krijgen waar ze voor waren ingehuurd, een lage afscheiding vormen rond het moestuintje.

Al heggescharend sprongen er links en rechts kikkers weg. Oppassen geblazen dus.

Nou moet mij even iets van het hart. Springende kikkertjes triggeren bij mij een klein jeugdtrauma.

Echt?

Ja echt.

Daar liep ik als laten we zeggen 9 jarige, met mijn mooie gele zomerjurk op een fijne zonovergoten dag. Aan de voetjes houten, ik meen dat we ze kleppers noemden, de slippers met een leerachtig prachtig rood bandje over de voorvoet.

Vanuit mijn ooghoek zag ik een heel klein kikkertje voorbij springen en één pas later wist ik voor de rest van mijn leven hoe het voelde om een levend beestje te verpletteren tussen hiel en houten zool.

De schrik, het gevoel van ongeluk. Quelle horreur.

Over narigheid gesproken. De keer dat ik balancerend langs een weiland m’n evenwicht dreigde te verliezen en in een reflex tot zelfbehoud met beide handen het schokdraad vastpakte.

Hai

En o ja, toen ik het snoer van de heggeschaar doorzaagde. Dat was ook zoiets verschrikkelijks.

Nee nou overdrijf ik.

Dat was meer van *zet een Goofy stem op en zegt -huhhh wat raar, de zaag doet het niet meer- waarna mijn oog op de twee helften snoer viel. Nog nooit zo snel naar een stopcontact gerend.

Anyway, de heggetjes zijn weer wat ze wezen moeten en alle kikkers zijn nog heel. Het snoer ook trouwens, iets met ezel en steen.

So you know.

Bewaren

Voor Ronald

Gisteren verloren we een voor ons dierbaar mens.

Zijn tijd was zomaar op.

Toen we op zoek waren naar iemand die voor onze honden kon zorgen omdat ik kanker bleek te hebben en daar een intensief behandeltraject aan vast zat, vonden we Ronald. Trotse bezitter van uitlaatservice  Husoet of korter Oet.

Ronald bleek een beer van een vent. Groot en sterk maar ook aaibaar, want onder zijn berenvel school een enorm hart voor dieren en mensen. Hij was zacht van aard, rustig en betrokken. Humor deed zijn ogen glinsteren en zorgzaamheid was zijn middle name.

Of het nu de hapsnavels betrof, of onze katten, de kippen óf Muisman en mij…. niets was ooit teveel gevraagd. De keren dat iets niet ad hoc  te regelen bleek – omdat ik het net even anders wilde dan gepland of weer eens een wandelmoment vergeten was aan te vragen – zijn met een aantal vingers over- op één hand  te tellen.

Met al zijn zachtheid was Ronald geen doetje. Hij voer een eigen koers bewust en met wilskracht om z’n eigen bedrijf op poten te zetten. Zelf eens een minder dagje of gewoon ziek? Het was voor hem geen reden om af te bellen. We kregen altijd een appje dat de wandeling met de honden erop zat en hoe het gegaan was. ’s Avonds liet hij een buitenlampje aan voor de thuiskomende mens.

Complimenten werden lachend weggewuifd met een “Joh, dat is toch niet meer dan normaal” en natuurlijk uitgesproken met dat mooie spoortje -zeg maar spoor- Haags in zijn stem.

Kleine attenties, bijvoorbeeld voor kerst of voor de  kleinkinderen die bij ons aan het logeren waren, gaf hij altijd op een wat stoere manier.  “Das nou echt Lammy hoor,” zei hij dan met een schuchtere grijns. Lammy, zijn vrouw en maatje, hoe kon het anders, ook al zo’n warm lief mens.  Zelf iets aannemen? Vooruit dan maar, maar het moest allemaal echt niet gekkâh.

We hebben vaak gezegd tegen elkaar. Hoe deden we dat vroeger nou zonder Ronald. We wisten het niet.

Gisteren verloren we een voor ons dierbaar mens.

Hij was onze steun en toeverlaat in ooit barre en inmiddels voor ons betere  tijden.

Ik wil niet dat hij weg is, ik wil dat hij zaterdag de deur weer binnenstapt zoals we dat afgesproken hadden. Ik wil een appje dat alles goed is. Het zal niet zo zijn.

Het is oet.

We kunnen er met ons verstand niet bij. Zo’n fijn blij mens.

Op momenten als dit hoop ik ook dat er meer is tussen hemel en aarde, want dan wil ik dat hij dit leest en stoerig roept “Joh, het was allemaal toch niet meer dan normaal” .

Zal best jongen, maar voor ons was het goud, puur goud.

Rust zacht lieverd.

Bewaren

Wasstraat

Ik denk dat ik vandaag voor de derde keer in mijn leven door een wasstraat ging en voor de eerste keer allenig.

Je moet je dat voorstellen als zwaar grensoverschrijdend gedrag van mijn kant. Byebye comfort zone, hallo grote enge wereld daarbuiten, of zal ik zeggen daarbinnen.

Het begon al met een enorm dilemma. Kun je zo’n groot gapend gat gewoon inrijden of moest je eerst een kaartje kopen?

Maar even vragen dan.

Ah, behandeling kiezen: Wassen – watergolven – plus, plusplus of plusplusplus de luxe… hai moest ik nog nadenken ook!

Dan een kaartje kopen in de toko.

Vervolgens achter aansluiten met je karretje.

Dat kon ik wel.

Tiktiktik, de wasstraatman timmerde op mijn autoraampje.

“Ja?”

“Weet u zeker dat u dit wilt? Mogelijk valt de bumper er af.”

WTF! Ja het ding zat ietsje los, maar waarom meteen het ergste vrezen.

“Zal toch wel wat meevallen?” vroeg ik en keek hem stoer aan.

Bluf, dat begrijp je.

“Vast wel”  was het antwoord. “ Ik houd het wel even in de gaten.”

Wat dat ook mocht betekenen. Eenmaal verzwolgen door de draaiende en boenende borstels hielp er vast geen moedertje lief meer aan.

De auto werd rondom schoongespoten, kreeg een hoesje om de ruitenwisser achter (en nog ergens ofzo) en toen moest ik doorrijden met m’n rechter wiel in een gootje, precies tot zover en niet verder. Tot de man zijn duim omhoog stak om precies te zijn. Missie geslaagd.

Motor aan laten, in z’n vrij, geen handrem en dan gewoon blijven ademhalen. Plakje cake zogezegd.

Zo geschiedde. Langzaam werd mijn autootje de onderwereld binnengerold.

Onder het geraas van de grote borstels en woeste water- en zeepstromen, dacht ik aan scenes uit series en films waarbij de wasstraatlocatie steevast leidde tot moord, verdwijning en witwasserij a la Breaking bad.

Gelukkig was er snel licht aan het eind van de tunnel en nadat een stoplicht van rood op groen sprong reed ik de veilige wereld weer in, MET BUMPER, mind you.

En nog een kilometer of wat met hoesjes links en rechts.

Hai, wat een amateur was ik toch.

Snel weghalen en doortuffen.

Niks aan de hand.

Vrouw van de wereld uhhh wasstraat.

 

Bewaren

TADUUTADAAAH

Ik had links 30 euro bril in mijn hand en rechts ook. Samen was het nul komma nul.

Ik zwaaide met beide onderdelen naar mijn zorgcliënt. Die zag er de humor wel van in en lag grinnikend in bed.  Nouja, zo bezien had ik het verlies er alweer uit natuurlijk.

Onderweg naar huis met mijn eigen stek al in zicht,  stond een mevrouw naast haar scootmobiel op de lange landweg  tussen de leeggerooide akkers.  M’n achteruitkijkspiegel reflecteerde haar afhangende schouders. Hai dat mensje was geloof ik niet van de natuur aan het genieten.

Maar even in z’n achteruit dan.

Ja hoor, goed gezien. Gestrand. Batterij dood, geen telefoon bij zich en algehele treurnis.

We besloten hulp te gaan halen in het dorp, wat niet lukte, want niemand had de tijd of mogelijkheid om zo’n karretje eventjes op te halen. “Nou dan ga ik maar naar huis en bel de leverancier, haalt die um wel op,” besloot de dame.

Leek me een bijzonder puik idee.

Toen nog wel.

Twee uur later niet meer.

Whoeeeeeeeehoeeeeeeee, joelden de witte herders keihard maar zeker melodieus.

Dat doen ze vol overgave als ze een brandweerauto met toeters horen en die kwam onmiskenbaar langs ons huis geracet.

En nog één..
die had een leuk bootje bij zich.

En toen nog een ziekenauto.

OMG, het zal toch niet, dacht ik en tuurde vanuit onze tuin de landweg af.

Nou…. echt wel dus.

Er vond een algehele uitruk plaats, naar de plek des onheils van een paar uur geleden.

Dan ik ook maar, dacht ik toen, als zijnde kroongetuige.

Tja, Iemand had gebeld. Verlaten scootmobiel, dus de bijbehorende persoon moest wel in het water van een nabijgelegen sloot liggen.

Ik denk zelf bij verlaten auto’s, fietsen en scootmobielen altijd aan pech.

En bij ons op het boerenland is het ook mogelijk dat de gevlogene lekker meetuft op de trekker.

Maar die gedachtegang behoort nu voorgoed tot het verleden.

Zucht.

Bewaren

K* kluisjes

Water en ik, wij houden van elkaar. Met kluisjes kan ik het soms minder vinden.

Na een poging of vier bij opberghokje nummer 93;  je gooit je spullen er in – plaatst een muntje in het gleufje, deurtje dicht, sleutel draaien en dan gebeurt er niks – verkas ik naar een zelfde geval met het nummer 26.

Helaas, l’histoire se répète. HOE KAN DAT NOU!

“Lukt het niet, meisje?” vraagt een meneer die achter me uit een badhokje is gestapt.

Grote genade. Meisje? Tel tot tien .Wat dacht je er zelf van grapjas, dat ik hier voor m’n lol als een halve gare dat muntje en sleuteltje ritueel zit af te draaien?  Pffff.

Nou nou nou kan het een beetje minder mevrouw Muis! Niet zo vervelend doen. We hebben het hier over een vriendelijk en zeer zeker goed bedoelend persoon. Doe ‘ns aardig.

“Daar heeft het alle schijn van,”  zeg ik dan ook lachend.

Dat blijkt het startsein voor een praktijkles.

“Kijk” zegt de man. “Als je nou dit en dat en zus en zo doet. …”

Plop, daar gaat het kastje al op slot.
Om je kapot te ergeren.

“Aha!” roep ik opgetogen. “Dank u wel!”

“Graag gedaan en niet te hard aanduwen hoor, daar zit um de truc.”

Ik heb het gesnopen.

Mijn weldoener loopt naar de uitgang maar houdt even in bij kluisje nummer 93.

Zijn wijsvinger richt zich priemend naar de grond.

“Zijn die sokken van jou?”

#$%#^$&#%&#%&#

Gaan we weer.

Zwembadgeluiden

“Goedemorgen!” galmde een heldere stem. Een bijbehorende oudere man in een erg grote zwembroek stevig vastgesnoerd rond een dito buik, stapte monter uit het badhokje naast de mijne.

Ik liep net naar binnen.
Hij keek me indringend aan alsof we elkaar al jaren kenden of op z’n minst iets met elkaar moesten.
Nou, no weee hooosee, zou ik willen zeggen.
Zo geen zin in onzin gesprekken.
“Goedemorgen” antwoordde  ik desalniettemin vriendelijk en sloot het deurtje achter me.

“Ha daar! Goedemorgen” galmde het wederom.
Dit maal bleek ene Gerda de klos.
Ze beantwoordde de groet met een blij “Dag Harm!”

So far so good.

“Ik dacht al dat ik je hoorde, Gerda” meldde de Harm.
“Ja, ja,  ik heb een schelle stem hè”  riep Gerda vrolijk.

Enig zelfinzicht kon haar niet ontzegd worden.
De term schel dekte wat mij betreft geheel en al de lading.
Gerda’s conversatie met een andere badpakmevrouw was niet te negeren geweest.

“Nou inderdaad!” bulderde Harm, “Ik praat misschien luid, maar jouw stem is nogal…..”
“Hoog!” vulde Gerda snel aan.

Ze had gelijk, zelfkennis is leuk , maar het hoeft niet ingewreven te worden door een ander hè.
En zeker niet door Harm.

Anyway, ik stond te grinniken in m’n kleine hokje .
De microwereld die zwembad heet, best leuk om daar in te duiken.